Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die wisselen kan tusschen 3 weken en verscheidene maanden, aan tuberculose te gronde ; herstel behoort tot de uitzonderingen. De lijkopening geeft dan in den regel een duidelijk kenmerkend beeld van tuberculose, waarmede de diagnose bevestigd is. Invloed op den duur van het proces heeft de resistentie van het dier, dus ook de ouderdom, de meerdere of mindere virulentie van den gebruikten bacillus, degrootere of kleinere hoeveelheid der bacillen, in het gebruikte materiaal aanwezig, en verder de plaats der enting. Bij caviae zijn in dit opzicht de gebruikte entplaatsen : in de buikholte en onder de huid. De enting in de buikholte voert sneller tot den dood dan de subcutane enting; zij is echter alleen te gebruiken voor materiaal, dat niet onzuiver is; anders gaan de proefdieren spoedig aan een niet-tuberculeuze infectie bezwijken. Vertrouwt men dus het materiaal in dat opzicht niet, dan ent men alleen onderhuids, of wel men ent twee dieren» één subcutaan en één intraperitoneaal. De intra-peritoneale enting heeft bovendien nog iets tegen ten opzichte van de subcutane, n.1. dat het proces dikwijls geheel en al aan het gezicht onttrokken wordt, wat bij de subcutane enting minder het geval is. Bij de subcutane enting toch is in de eerste plaats de entplaats zelf in het oog te houden, maar bovendien zwelt bij tuberculeuze infectie de regionnaire lymphklier spoedig, zoodat dit een aanwijzing vormt voor tuberculose. Aan de entplaats vormt zich een absces, hetwelk in geval van tuberculose na de perforatie zich niet sluit. Het onderzoek van den abscesinhoud, op de wijze als straks aan te geven, kan reeds tuberkelbacillen doen vinden. Maar de blijvende en toenemende klierzwelling vormt een zeer te waardeeren verschijnsel, waarvan nog op verschillende wijzen partij is te trekken.

Wijl het proces zoo langzaam verloopt, tracht men in den regel reeds vóór het einde daarvan zekerheid te krijgen. Is de bovenbedoelde klierzwelling aanwezig, dan kan men de klier uitsnijden en op de gewone wijze op tuberkelbacillen onderzoeken, wanneer het onderzoek van den abscesinhoud in dat opzicht negatief is geweest. Maar men kan ook trachten die ten behoeve der diagnose gewenschte klierzwelling sneller te doen optreden. Terwijl zij in gewone omstandigheden zelden vóór den 7den dag na de enting duidelijk waarneembaar is, tracht men door knijpen in, respectievelijk kneuzen van de klier, het proces te bespoedigen. Eenige jaren geleden is daarop door B1 o c h in de literatuur de aandacht gevestigd, en na dien tijd is er werkelijk nog vrij veel over geschreven. Dit heeft mij steeds verwonderd, want het is een methode, welke voor de hand ligt, en door ieder, die veel entingen moet verrichten, van zelf wel zal worden toegepast. Ieder, die zijn

Sluiten