Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proefdieren behoorlijk controleert, onderzoekt telkens in geval van onderhuidsche enting de regionnaire lymphklier en kan moeilijk nalaten, er even in te knijpen, vooral wanneer het niet duidelijk is, of zwelling al dan niet bestaat. Ongetwijfeld kan daardoor het duidelijk worden der tuberculeuze zwelling, die zich openbaart in harder en grooter worden van de klier, worden bevorderd. Aan de andere zijde dient er echter op gewezen te worden, dat men door die kneuzingen ontstekingsoedemen kan opwekken, die werkelijk de controle van de klier gedurende eenige dagen zeer kan bemoeilijken.

Een voor de hand liggend middel om zekerheid omtrent het resultaat van de enting te krijgen, indien men niet wil afwachten, of het dier volkomen gezond blijft dan wel aan tuberculose sterft, is het dooden van het dier na verloop van zekeren tijd, dus b.v. na 3 of 4 weken. Was tuberculose in het spel, dan zullen dan wel reeds daarop wijzende veranderingen opgetreden zijn. Soms is die maatregel echter gevaarlijk in dien zin, dat de veranderingen wel aan tuberculose doen denken, echter geen zekerheid geven. Reeds vroeger werd er op gewezen, dat in modernen zin een verandering niet als van tuberculeuzen aard is aan te merken, wanneer de bacil niet is aangetoond. En het aantoonen van den bacillus valt in vroege stadia der ziekte bij Guineesche biggetjes soms tegen. Grijpt men te vroeg in, dan is soms een tweede enting noodig om uit te maken, of de bij de eerste cavia gevonden veranderingen werkelijk van tuberculeuzen aard waren.

Een ander hulpmiddel, te baat genomen om eenige zekerheid te krijgen, of bij een ge├źnte cavia de tuberculeuze infectie is tot stand gekomen, is de vermagering, respectievelijk de vermindering in gewicht. Het is raadzaam, de voor dergelijk doel gebruikte proefdieren ten minste twee maal per week Ie wegen. Treedt eindelijk gewichtsverlies op, dan is het oogenblik gekomen om het dier ter nader onderzoek te dooden, waarvoor asphyxiatie door middel van lichtgas een uitnemend middel is. Wil men echter voor dat gewichtsverlies een eenigszins betrouwbaren maatstaf hebben, dan moet men volwassen dieren nemen, eigenlijk van ten minste 500 gram gewicht. Deze zijn evenwel in den regel meer resistent dan jonge dieren. Bij jonge dieren is de gewichtsvermindering moeilijk te controleeren, omdat zij door de aan den normalen groei toe te schrijven gewichtsvermeerdering te lang verborgen blijft. Verder kan men in dit opzicht moeilijkheden ondervinden bij zwangere dieren, waar, bij de voortschrijdende graviditeit, de gewichtsvermeerde ring de vermagering door tuberculose kan maskeeren.

Waar ik toch op deze enting van caviae in verband met de diagnostiek wat uitvoerig ben ingegaan, dien ik ook te vermelden, dat

Sluiten