Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sloten, kunnen tuberkelbacillen levend blijven; men wrijft die dan nauwkeurig op den voedingsbodem uit. Een in den laatsten tijd door U h 1 e n h u t h aanbevolen uitstekend middel om andere micro-organismen in onzuiver materiaal te dooden is de a n t i f o r m i n e.

K o c h gebruikte gestold bloedserum om de tuberkelbacillen te kweeken. Later is daaraan, op aanbeveling van Nocard en Roux, glycerine, van 1 tot 6° o, toegevoegd; zij kweekten echter ook op glycerine-agar. Deze voedingsbodem is evenwel meer geschikt voor het v o o r t k w e e k e n der eenmaal verkregen culturen dan voor het isoleeren van den bacillus zelf. Pawlowsky heeft later aangetoond, dat aardappelen als voedingsbodem zeer geschikt zijn, en werkelijk voldoet dit materiaal uitnemend, vooral indien ze in een glycerine-houdende vloeistof gesterilizeerd worden. Mij bevalt glycerinehoudend gecoaguleerd runderserum altijd het best. Bovendien echter is een glycerine-bevattende bouillon, later ook door K o c h aangegeven ter bereiding der tuberculine, een uitstekend voedingsmedium, dat echter minder geschikt is om een eerste cultuur te krijgen.

De op vaste voedingsbodems verkregen tuberkelculturen zijn zeer karakteristiek; het eigenaardige droge, schubbige, en het vormen van vliesjes op het eventueel onder in het buisje aanwezig zijnde condensatievocht, doet dadelijk een cultuur van tuberkelbacillen onderkennen. De schubben zijn met eenige moeite fijn te wrijven, en vooral oudere culturen worden zeer droog. Er zijn ook wel andere micro-organismen, b.v. de gewone actinomyces, die dergelijke droge culturen vormen, iets wat, met het oog op de bestaande verwantschap tusschen tuberkelbacillen en actinomyces, niet te verwonderen is, maar de cultuur van tuberkelbacillen is in den regel karakteristiek genoeg om hem dadelijk te doen herkennen.

Nu doet zich de vraag voor, hoe het staat met de cultuur van de pseudo-tuberkelbacillen. Zijn deze micro-organismen ook zoo moeilijk te kweeken, lijkt de cultuur op die van tuberkelbacillen, en groeien ze bij dezelfde of bij andere temperaturen ?

Het is nog altijd niet geheel en al zeker, of de 1 e p r a-b a c i 1 1 u s wel gecultiveerd is.

De smegmabacillus heeft ook, wat de cultuur betreft, moeilijkheden gegeven, maar M o e 11 e r heeft een methode beschreven, die hem in staat stelde, de eigenschappen der smegmabacillen vrij goed te bestudeeren. Hij ontdekte toevallig, dat bloedserum van den mensch voor dit micro-organisme een goeden voedingsbodem vormde, en het gelukte hem den smegmabacillus met behulp daar van tot vermeerdering te brengen en zuiver te kweeken. Daardoor kon hij be-

Sluiten