Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zuivere staafjes voordoen. Niet altijd zijn ze massief; soms bevatten ze ongekleurde tusschenruimten, door- Koch voor sporen gehouden ; dan weder bestaan ze uit gekleurde korreltjes. Dikwijls echter ook doen ze zich voor als meer lange draden, niet overal even dik, soms in een dunner gedeelte uitloopend ; in andere geval len aan een uiteinde knotsvormig aangezwollen. Niet zelden echter kan men ook vertakkingen waarnemen, waardoor dan het karakter van bacillen wordt verlaten, terwijl men met een draadzwam te doen krijgt.

Dezelfde polymorphie treft men aan bij de pseudo-tuberkelbacillen, en daardoor stijgt de verwantschap met de tuberkelbacillen. Ook deze kunnen zich in andere dan zuivere staafjesvormen voordoen, en met name ook vertakkingen vertoonen, Hoe meer men op deze eigenschap gaat letten, des te meer komt men tot de overtuiging, dat de naam bacillus eigenlijk voor al deze microorganismen onjuist is. Nu wil ik dadelijk toegeven, dat men, uit een praktisch oogpunt vooral, het zich omtrent deze quaestie niet moeilijk behoeft te maken. De systematiek der bacteriƫn is een uiterst onvolkomen ding, iets wat met het oog op de kleinheid van deze wezens, en dus het moeilijke van het onderzoek, niet te verwonderen is. Intusschen zijn de afwijkingen van den bacillenvorm bij de micro-organismen, waarom het hier gaat, dikwijls zoo duidelijk, dat men met den naam bacillus eigenlijk te kort schiet. In elk geval is de naam streptothrix beter, waarbij dus met de vertakkingen rekening wordt gehouden, maar dan is men nog lang niet ver genoeg gegaan om alle variaties, welke zij in het morphologische beeld kunnen vertoonen, aan te geven.

Ik sprak over de kolfvormige aanzwellingen, welke de bacillen kunnen bezitten. Deze eigenschap hebben de tuberkelbacillen en de pseudotuberkelbacillen gemeen met een zeer bekend pathogeen micro-organisme, zoowel bij den mensch als bij de dieren voorkomend, ik bedoel de straalzwam of actinomyces. En niet alleen die kolfvormirrg op zich zelf hebben zij daarmede gemeen, maar ook het vertoonen van straalvormige figuren in de weefsels, wanneer de omstandigheden daartoe gunstig zijn. Waar wij dus weten, dat de tuberkel- en de pseudo-tuberkelbacillen niet altijd zich als massieve staafjes vertoonen, maar dikwijls als korrelige draadjes, met hier of daar een onderbreking; waar wij weten, dat soms die draden, al of niet massief, vrij lang kunnen worden en echte vertakkingen vertoonen ; waar bovendien in daartoe leidende gevallen deze microorganismen zich in het weefsel kunnen voordoen als een opeenhooping

Sluiten