Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van staafjes, korrels, vertakte en nietvertakte draden, straalvormig omgeven door een krans van kolven, op de wijze als men dat bij actinomyces waarneemt, daar spreekt het van zelf, dat ze niet meer tot de bacillen te rekenen zijn, maar dat ze bij de actinomyces tehuis behooren. Wil men de actinomyces bij de streptothricheeën brengen, en spreken van streptothrix actinomyces, dan kan men in dit geval spreken van streptothrix actinomyces tuberculosis en pseudo-streptothrix actinomyces tuberculosis. Wil men de actinomyceten als een afzonderlijke groep, naast de streptothricheeën zetten, dan kan men spreken van actinomyces kortweg, actinomyces tuberculosis en pseudo-actinomyces tuberculosis.

In elk geval geeft de systematische rangschikking van de tuberkelen de pseudo-tuberkelbacillen moeilijkheden, die, naar het mij wil voorkomen, niet volkomen worden opgelost door, zooals vele Duitschers doen, te spreken van „Tuberkelpilze" en „Pseudo-tuberkelpilze". Het gaat moeilijk, die als aparte groepen onder de sclrizomyceten, d. i. splijtzwammen te brengen. De naam bacillus, d. i. staafje, moge verkeerd zijn, de zooeven genoemde namen berusten allerminst op botanische kenmerken.

De besproken straalvormige vegetaties van de tuberkel- en pseudotuberkelbacillen zijn in elk geval zeer belangwekkend.

Evenals van alle eigenschappen der tuberkelbacillen een uitvoerige geschiedenis te schrijven zou zijn, is dat ook mogelijk ten opzichte van de dradenvormende en vertakte, en van de actinomyces-vormen ; en deze geschiedenis is door het ontdekken van de zuurvaste staafjes met dezelfde eigenschappen niet minder uitgebreid geworden. Ik moet mij in dit opzicht beperken en mag slechts op enkele feiten wijzen.

Na een korte mededeeling van Petrone (1884), heeft in 1895 Coppen-Jones op de draadvorming en de vertakkingen bij de tuberkelbacillen gewezen, en na hem M e t c h n i k o ff, die lange draden in sputum vond. In 1892 had Maffucci bij het onderzoek van vogeltuberkelbacillen gezien, dat deze micro-organismen, bij 45° gekweekt, draden en zelfs vertakkingen vormden, soms sterk korrelig en met kolfvormige uitloopers. In 1893 wees F i s c h e 1 er duidelijk op, dat de tuberkelbacillus met de actinomyces verwant was, en tot hoogere vormen dan de bacillen behoorde. C o p p e n-J o n e s vestigde daarna met nadruk de aandacht op de stralige vormen. Maar vooral is over die straalschimmelvormige groeiwijzen der tuberkelbacillen geschreven en onderzocht door F r i e d r i c h, en Ba bes en Levaditi. Friedrich vond deze vormen in de longen, de nieren en de iris

Sluiten