Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleuring der tuberkelbacillen werd medegedeeld. De door Ehrlich in 1884 aanbevolen methode bestond in het kleuren met aniline-watergentiaanviolet of-fuchsine, terwijl daarna een zuur en een contrastkleurstof moest inwerken. Deze oudere K o c h - E h r 1 i c h'sche methode, vooral met gentiaanviolet toegepast, geeft uitmuntende resultaten, maar men vindt ze wat omslacht:g, en ze duurt, vooral bij weefseldoorsneden, wat lang.

Op deze kleuring lijkt min of meer de in de bacteriolog'e zoo gebruikelijke kleuring volgens G r a m, met dit verschil, dat bij de laatste gebruik gemaakt wordt van de inwerking van de oplossing van L u g o 1.

Die methode van Gram, die natuurlijk ook op tuberkelbacillen toe te passen is, schijnt nu weer de methode bij uitnemendheid geworden te zijn om tuberkelbacillen te kleuren, tenminste indien men de opvatting, welke M u c h daaromtrent heeft, wil deelen.

Much heeft een aantal mededeelingen gedaan over „d e n korreligen vorm van den tuberkelbacillus, welke volgens de methode van Ziehl niet gekleurd word t." Het medegedeelde komt op het volgende neer en is uit een vergelijkend pathologisch oogpunt zeer zeker van belang. In tuberculeuze haarden bij runderen kon hij dikwijls geen tuberkelbacillen vinden, terwijl het materiaal, bij caviae geënt, wel degelijk tuberculose gaf. Dezelfde •ervaring deed hij op ten opzichte van koude abscessen bij den mensch. Verder viel het hem op, dat, indien men verschillende dieren met hetzelfde materiaal ent, en ze worden alle tuberculeus, men bij het eene dier een groot aantal bacillen kan vinden, terwijl men bij een ander dier, dat even sterk tuberculeus is, bijna niets vindt. Verder herinnert hij er aan. dat bij phthisici de tuberkelbacillen soms oogenschijnlijk voor zekeren tijd uit het sputum verdwijnen, om later terug te kesren. Al deze ervaringen worden opgedaan, indien men voor de kleuring der tuberkelbacillen de oplossing van Ziehl gebruikt. Volgens Much waren deze feiten alleen dan verklaarbaar, wanneer er ook een vorm der tuberkelbacillen bestond, die niet naar de methode van Ziehl was te kleuren. Hij vond de oplossing in de kleuring volgens Gram en meende te mogen zeggen, dat er twee vormen van den tuberkelbacillus bestaan, die niet naar de methode van Ziehl zijn te kleuren, ten le een staafjesvorm, die gedeeltelijk gegranuleerd is, en ten 2e een korrelige vorm, waarbij de korrels onregelmatig in hoopjes of .afzonderlijk liggen, de zoogenaamde granulaire vorm. Beide vormen zijn virulent, maar het kan voorkomen, dat de korrelige of de korrelige-staafjesvorm alleen voorkomt,

Sluiten