Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat blijkt niet alleen uit de culturen, die, alhoewel sorns maanden levend blijvend, in andere gevallen verrassend snel te gronde gaan, maar ook uit andere omstandigheden. Rotting, dus het verblijf in rottende zelfstandigheden, is zeer schadelijk .voor den bacillus. Tegen uitdrogen, zijn ze meer resistent, maar langer dan eenige maanden houden ze het toch ook niet uit, en vooral niet indien het licht medewerkt. Het directe zonlicht werkt op de vitaliteit fataal. Tegen koude zijn ze zeer resistent, en in den bodem kan soms snel de dood. intreden ; in andere gevallen houden ze het echter maanden uit.

Dat licht dus in den strijd tegen tuberculose een voorname factor is, is begrijpelijk.

Resistent zijn de bacillen dus, in vergelijking met andere pathogene kiemen, wel. Dat blijkt ook uit de verhouding ten opzichte van warmte. Het afsterven daardoor hangt samen met de media, waarin de bacillus zich bevindt. In vloeibare media moet zelfs een paar minuten gekookt worden om ze te dooden. Hetzelfde geldt voor sputum. Tegen droge hitte houden de bacillen het beter uit; b.v. is een uur verhitting bij 100° C. noodig om ze te doen afsterven.

De chemische agentia werken minder goed dan hitte. 1 °/00 sublimaat is voor sputum dikwijls niet voldoende ; 5 % phenol is beter, zoo ook absolute alcohol. Formalinedampen zijn alleen voldoende voor ingedroogde bacillen.

De rol, welke de kennis van den tuberkelbacillus in de v 1 e e s c tien de melkhygiëne speelt, is bekend. De beoordeeling van het vleesch van tuberculeuze dieren hangt samen met de verspreiding van den bacillus in het lichaam van het tuberculeuze dier. De onschadelijkheid van melk in verband met tuberculose is gewaarborgd wanneer ze afkomstig is van volkomen gezonde dieren, of wel aan voldoende verwarming werd onderworpen. Gekookt tuberculeus vleesch is niet onschadelijk, wel het gesterilizeerde. Gepasteurizeerde melk is niet altijd bevrijd van tuberkelbacillen.

Ziedaar dus vooreen goed deel aangegeven, welk een onmisbare factor de kennis van den tuberkelbacillus in al ons streven en denken in verband met tuberculose vormt. En nog ben ik niet aan het einde. Een belangrijke quaestie heb ik met voordacht tot het slot bewaard. Met enkele uitzonderingen was tuberculose tot heden toe een vrij goed gedefiniëerd begrip; de anatoom en de histoloog konden het met vrij groote zekerheid omschrijven, zonder van den tuberkelbacillus te spreken. Het schijnt echter, dat daarin verandering komt. Niet alleen, dat de tuber-

Sluiten