Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2.

Deze rivier is diep. Dit is helder water. Het boek ligt (= is) op de tafel. Ik ga uaar de markt. Deze omheining is beschadigd. Dat kopje is gebroken. Ronde en vierkante tafels. In die rivier zijn veel krokodillen. Hij is een rijk man. De jongens zijn niet in huis. Op Java zijn veel bergen. Je bent vermoeid. Deze weg is goed. Ik ga naar Samarang. Iu dat bosch zijn tijgers. Er is brood, boter en kaas op tafel. Deze pen is slecht. Dit is een slechte pen.

3.

Ngoko. Krama.

apa poenapa wat? wat voor F (dient

ook om den zin vragend te maken), of? isili taksih of teksih nog, nog steeds,

doeroeng dèrèng nog niet.

. . . koe (akoe) . . . koela bez. v.uw. lste pers.

. . . moe (amoe) . . . sampéjan " » "

... é> (né) . . . ipoen (nipoen) « » 3de »

ook bep. lidw.: de, het. pada sami gelijk, gezamentlijk

(wordt ook geplaatst vóór het gezegde van een meerv. onderw.).

sangka ing v sangking van,vanuit(Eng.froin),

afkomstig van.

menjang of marang dateng of doemateng naar, aan, tot, bij.

Akoe doeroeng toekoe omah ikoe. — Bapakkoela wonten ing grija koela. — Apa kowé doewé ^nak? — Sadoeloeré lanang doevré omah lan djaran. — Apa kowé pada selamet? — Anak sampéjan sakit. — Si Wangsa ikoe wong soegih. — Sadèrèk sampéjan èstri boten wonten ing dalem. — Iki lajang anjar. — Tijang poenika sami soegih. — Djarané sadoeloerkde lanang ana ing gedogan. — Ana wong Madoera golèk kebo. —- Koela

Sluiten