Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8.

Anakkoe lanang apa ana ingkéné? — Toekaug kebon doeroeng teka. — Sadoeloermoe lanang apa doeroeng kirim lajang menjang kowé? — Bapakkoe wis loenga menjang alas. — Sidin, apa isih ana kèdjoe? — Akoe doeroeng takon warta menjang sadoeloerkoe wadon. — Ing kamar kono doeroeng ana koersi, médja lan lemari. — Krétakoe, kang sangka ing Betawi, wis ainoh weloelangé. — Djaranmoe abang apa lara? — Kang doewé omali ^ ora ana. — Apa kowé doewé lajangan? Inggili gadah. Kang ga wé ikoe sapa? tnggih kakang koela, ingkang nama WanaDrija. —

9.

Als je komt, ga ik weg. Ts Krama nog hier, of is hij weggegaan? Heb je nog geen gras gekocht? Was er nog iemand in dat huis? Saridin, is er nog brood en boter? Is dit putwater of rivierwater? Dit is rivierwater; de menschen in t dorp hier hebben geen putten. Toen Admiraal Brinkman dien brief uit Soerabaja ontving, keerde hij terug naar Samarang. Deze pennen zijn alle slecht. Ik heb ergen honger, is er hier rijst ■ en vleesch? Des avonds ben ik bang om uit te gaan. Deze kast is leeg. Wat is er in die kamer? Is dit je boek? Wat is er in dat kopje? Deze koffie is slap. Dat papier is niet goed.

Mijn jongeo (= bediende) heeft een mooi zadel gekocht.

10.

Ngoko. Krama.

menjang dateng gaan naar.

kabèh sedaja alle, alles, geheel,

ana wonten aanwezig zijn, zich bevinden.

akèli katah veel, vele.

kèhé katahipoen de hoeveelheid , t bed rag£yLA/CL-n*

maoe waoe zooeven, daareven.

(ook: de of het zooeven genoemde die, of dat).

para para de, (vóór benaming van stand

of rang, collectief gebruikt).

sarta (serta) sarta en, tevens, met.

karo kalih met, en; dan (in de vergel. trap).

Sluiten