Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tfgoko. Krama

menawa menawi misschien.

wajah want ji tijd van den dag of van het leven,

temen temen erg, wat! (vóór een bijv. naamw.;

in 't Jav. altijd er achter), sadoeroengé sadèrèngipoen vóór, voordat.

sawisé sasampoenipoen na, nadat.

Sa m enspraa k.

Vriend! (paman! man!) ben jij koelie?

Koela noewoen, koela poenika tijang tani.

Maar je wilt toch wel deze koffers voor (— van) mij dragen? Koela noewoen, boten, sampoen sonten, koela sajah, awit * mentas njanjboet damel ing sabin; sapoenika koela kedah mantftoek, grija koela taksih tebih.

Is er hier dan niemand, die mijn goed kan wegbrengen? Poenika wonten tijang berah (koeli) dateng, menawi poerden •k andèrèk dateng sampéjan.

Wil jij deze koffers dragen?

Toewan karsa tindak dateng poendi?

Naar de onderneming (koffietuin) Soember Doerèn.

O, poenika sanget tebihipoen, sarta koporipoen awrat temen Toewan karsa 'mbajar pinten ?

Hoeveel vraag je?

Köela njoewoen saroepijah.

Nu goed (= ja, wis), 't is wel erg duur, maar anders (= embok menawa) kom ik niet vóór zonsondergang aan.

Inggih

Ik ga naar binnen om geld te halen. Hier is je loon.

Koela njoewoen djadjan raalih.

Neen, zoo is 't genoeg.

26.

Ngoko. Krama.

samengko samangké j

of: ing samengko of: ing samangké nu, tegenwoordig, of: ing mengko of: ing mangké

Sluiten