Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was niet ziek, maar ik heb mijne vrouw opgepast, die de koorts heeft. Floe is 't nu met (= wat betreft) je vrouw? Ze is nu weer beter.

33.

Weldra kwamen er lieden uit Demak, twee broeders, met (= meebrengende) drie honderd man, van plan zijnde oin Vorst Mangkoerat te dienen; zij heeten Marta Djaja en Wira Mantri; vroeger (= eerst) hadden ze reeds bij Vorst Ngalaga gediend. Marta Djaja en Wira Mantri zeiden tot den Vorst, dat de stad Mataram reeds was overmeesterd door (= direboet menjang) Pangéran Poeger, en dat hij als vorst regeerde te Plèrèd: de gewesten Padjang, Kedoe en Bagelèn waren reeds alle onderworpen.

Toen Vorst Mangkoerat het bericht van Marta Djaja hoorde, was hij zeer verheugd, dat zijn jongere broeder den strijd gewonnen had (= oenggoel perangé), en als vorst te Plèrèd regeerde. Vervolgens sprak hij: "Marta Djaja, waarom hebt gij mijn jongeren broeder Poeger verlaten F" Marta Djaja sprak: "Heer, de reden dat ik niet mijne opwachting ga maken naar Mataram, is omdat het leger van Uwer Majesteits broeder reeds talrijk is, Uwe Majesteit (= sampéjan dalem) heeft nog niet veel soldaten, daarom verkies ik hier heen te komen."

Toen de Vorst deze woorden van Marta Djaja hoorde, was hij zeer verheugd; vervolgens ging hij in den kraton.

34.

Katjoeng, heeft de staljongen de paarden al te eten gegeven ? (van 't grondw. pakan).

Koela noewoen, dèrèng.

Waarom niet?

Koela noewoen, mila dèrèng makan kapalipoen, awit pengaritipoen dèrèng ambekta roempoet.

Is de staljongen dan niet zelf gras gaan snijden?

Koela noewoen, boten. awit pijambakipoen badé ngerok titihan sampéjan dawoek roemijin.

Als dat nog niet klaar is, is het 't beste, dat jij maar gras gaat snijden, dan (= vervolgens) kan de staljongen de paarden met geliaht gras en ivater voeren (= ngombor).

Lnggih, sendika.

2*

Sluiten