Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprak, terwijl (= sarwi Kr.) hij een sembah maakte: /'dat is de zoon van den patinggi van Mataram." — De eigenaar van dit huis is mijn schoonzoon. — Je (oudere) broer heeft mij om hulp verzocht. — Is je zoon, die naar Kediri gegaan is, al terug? — Heb je al rijst geplaut? — De straatroover stak den Chinees met een piek. — Hij sloeg den hond die hem in zijn been beet (= die zijn been beet). — Heb je niet gehoord wat ik gezegd heb? (= mijn spreken). — Ik wil een' brief sturen naar mijn vader, en bericht vragen of hij nog ziek is. — Zoek je hier iets? — Hoe is het met de zaak van die dieven, die Semara Redja's huis ondergraven hebben? Tk heb 't nog niet gehoord. — Straks ga ik paardrijden, wil je meegaan? Ik wil wel, maar ik heb geen zadel. — Pak Saridin snijdt gras. — Hij onderwijst zijn kind. — Hoeveel vraag je voor dat paard? Ik vraag er zestig gulden voor.

37.

Wis rong dina iki akoe ora andeleng menjang sadoeloerkoe lanang. — Ngadi, apa isih ana rokok? Koela noewoen, kagoengan sampéjan rokok sampoen telas. Ja-géné kowé ora toekoe rokok menjang toko dek wingi? Koela njoewoen pengapoenten sampéjan, koela kesoepèn (vergeten); poenapa koela badé

loemampah ing sapoenika? Ija. -—■ Sampéjan mondok ing poendi, saoedara? — Koela mondok dalemipoen toewan Residèn. — Pak Rebo wis anggarap sawahé kabèh. — Arnral Brikman, kang ana ing Samarang, bareng tampa lajang sangka ing Soerabaja, oeniné jen Koempeni wis kalah perangé, sarta andeleng bala Kartasoera, kang pada melajoe, Amral Brikman noeli mangkat, anggawa bala rong koempeni, soemedja bebantoe (= te hulp komen) menjang Soerabaja; sa-tekané ing Soerabaja, bandjoer mantjal sa (= met) balané.

38.

Ngoko. Krama.

mréné inriki hier heen komen, hier heen.

mrono mrikoe daar heen gaan, daar heen.

mrana mrika ginds heen gaan, ginds heen.

Dita heb je den schoenmaker al geroepen ?

Koela noewoen, inggih, sampoen, nanging boten saged mriki.

Sluiten