Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kowé ngantèni batoermoe loro ikoe clisik, lagi tak-kon matoen gaga, ikoe bakal dak-kon ngateraké marang kowé. Akoe doewé sadoeloer lanang sidji, ngawoela Soeltan Demak, djenengé Kjai Gandjoer, ikoe kang bakal dak-titipi marang kowé." Ki Djaka ija amitoeroet ing dawahé kang iboe, noeli mèloe matoen gaga, angrowangé wong loro maoe, nganti sadina ora moelih-moelih.

Njai djoeragan bandjoer marani enggoné loenggoeh si Moenten ing gandok, kjai djoeragan ija mèloe; bandjoer njelatoni anaké: "enggèr, akoe iki arep noetoegaké penariné embokmoe menjang kowé, sida kowé digolèkaké bodjo toemoeli apa ora? Adja-ta andadèkaké soesahé wong-toewamoe." ■— Ladjeng Mas Wasista anggelar lampitipoen, tijang tiga waoe saini anglinggihi. Sangking koewasaning lampit waoe, ladjeng malesat sangking panggénané ngrikoe, sakedap poenika doemoegi ing grijanipoen Kjai djoeragan. — Kang bakal tak-tangisi sapa, kedjaba moeng kowe? Kang di-takoni ora soemaoer. Kmbok randa witjanten dateng Gloegoe: «keprijé, enggèr, rasané ati-moe, moenggoeh botjali wèdok (= wadon) teloe maeng (= maoe), sing ko-senengi, kang endi?"

55.

Waar is de kris, dien ik je gisteren in bewaring heb gegeven ? Je kris heb je aan Mangoen in bewaring gegeven; mij heb je niets in bewaring gegeven. —• Heb je mijn brief aan Dita medegegeven ? Neen, dien heb ik maar aan Sidin medegegeven, want die werd juist door mevrouw uitgestuurd. — Is mijn jongen, wien ik het geld heb medegegeven, nog niet bij U aan geweest? — Waar is het geweer, dat ik je gisteren geleend heb? Dat heb ik aan mijn' zoon medegegeven, want die is gaan jagen in het bosch. — Er waren twee jongens, die naar de markt gingen. Daar gekomen, kochten zij een' vlieger, en namen dien mee naar huis. — Wanneer ik naar de stad ga, koop ik altijd sigaren bij den Chinees. — Toen er van haar geld nog slechts vier cent was overgebleven, herinnerde (= kèlingan) Bijang Kardi zich, dat zij voor hare kinderen nog geen snoepgoed (= djadjan) gekocht had; vervolgens kocht zij voor die 4 centen snoepgoed; daarna ging zij naar huis. Toen ze haar huis naderde, kwamen hare kinderen haar te gemoet, en waren zeer blij, en riepen (= hunne

Sluiten