Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

katah tetijang dateng, sa mi anggegoeroe dateng Radèn Patah. — Kala samanten Sang Praboe Bra-widjaja gerali sanget, lami boten saged tnijos-mijos, sawarnèning djedjampi boten mantoenaken. —lng negari Koedoes wonten tijang dedoenoeng, awesta Kjai Ageng ing Koedoes. — Anadéné Sang Nata ija wis kondoer menjang Mataram, serta anggegandjar menjang balané.

63.

Morgen wil ik gaan jagen. Waar? In de desa Grogol. Wat wil je daar gaan schieten ? Boschkippen en snippen. — Ik heb rijst gekocht op de markt. — Ik ben ook naar de markt geweest, maar ik heb niets gekocht. — De kluizenaar vestigde zich in het woud. — Het leger trok vooruit, als een reizende berg. — De soldaten van Radja Pirangon bewaakten alle wegen. — Was er niemand, die te hulp kwam? — Kasiman! Ja, mijnheer! (= koela!) Heb je al geld gegeven aan den Chineeschen kleermaker, voor (= soemoeroep) het blauwe laken? Nog niet, want uw geld is op. Zonder geld (= indien zonder geld) kan je stellig niet betalen. — Heeft Patra zijne schuld van dertig gulden aq,n mij al betaald? Met uw verlof, nog niet, maar ik geloof (= pendoegi koela) dat hij (die) niet betalen kan, omdat hij nog veel schuld aan anderen heeft.

64.

Goesti Allah dadi sesoerja lan tetamèng. — Kjai soedagar sawisé memekas mengkono, bandjoer mati. — Sareng sakit koela sampoen sakétja, koela amrelokaken niningali ing salebetipoen kita; sanget goemoen koela ningali redjanipoen kita. — Wong Mataram bandjoer abebètèng serta adjedjagang. — Apa kowé wis omah-omah? — Sénapati andedonga ing Goesti Allah. — Swarané segara anggegirisi. — Sidin, saben-saben kowé audokok lading, ana kiwa; jèn noedjoe ana dajoh rak ngisin-isini. — Lemah ikoe betjik, wong bisa nenandoer ingkono ing sakarepé. — Si Semara Redja ikoe ambebaloehi kraman, kang anggawa gandéra.

Sluiten