Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tjongan , akoe ija boengah; nanging belakaha. — Pilihen endi kang ko-senengi. — Sang Nata ngandika: "bégal sapoeloeh ikoe ketokana kabèh goeloené." — Konjil, oendoerna pauganan kijé, noeli wowohan ladèkna. — Radja Pirangon ngandika dateng Patih Aman: "Aman, saroepané wong Islam pada timbalana kabeh, lanang, wadon; jen wis pada séba kabèh, toemoeli gedongen ; gedonge toemoeli koentjinen, serta djaganana pradjoerit; jèn wis ko-koentji, sorogé atoerna marang akoe."

89.

Breng dit boek naar mijn' oom. — Breng papier, inkt en pennen, ik wil een1 brief schrijven. —- Haal een andere pen. — Breng het paard terug naar den wedana, en vraag hem, of hij van avond hier kan komen. — Geef deu tuinjongen de brieven mee. — Geef deze brieven mee aan den staljongen. — Koki, je moet naar de markt gaan; koop daar vier eenden, en als er groote goeramé's zijn, laat die dan hier brengen, ik wil ze koopen. — Djaja, breng thee hier, met twee kopjes. — Mijnlieer, de schoenmaker is vóór. Roep hein hier. -— Sidin, haal een stukje (= wat) papier van mijne schrijftafel, en geef dat den schoenmaker. ■— Geef den schoenmaker zijn geld. — Djeksa, laat den getuige komen. — Laat nu dien steen vallen. —Sambija, breng de eend hier! — Zet die tafel daar! — Als de wedana uiet thuis is, vraag dan aan zijne vrouw om mijn zadel.

— Péndjol, dek de tafel, ik kom zoo aanstonds binnen. — Al^ de Chiuees thuis is, zeg (gelast) hem dan, van avond om vijf uur hier te komen. — Zeg hem, dat ik van avond bij hem kom.

— Als je naar de markt gaat, breng dan wat klappers mede.— Als Mangoen straks uitgaat, geef hem dan dezen brief mee. — Geef mij dat geld. — Geef dit mes aan Sidin, en laat hem het slijpen. — Ga zitten! — Ga maar op dit matje zitten. — Zet je zoontje maar op een stoel. — Als je broer niet kan, moet jij maar meegaan. — Doe de boeken uiaar in de groote kist. — Doe in deze koffer wat sigaren. — Breng stoelen buiten! — Breng den schimmel uit de stal (naar buiten). — Schoenmaker, je moet een paar schoenen voor mij maken (= maak voor mij enz.), van goed leer; maak dat ze van daag over acht dagen

Sluiten