Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drana. Inggih.

De heer N. N. Zoek voor mij frisch en helder water.

Drana,. Inggih.

De heer N. N. Wat is dat water troebel, kan je geen ander zoeken F

Drana. Boten wonten sanèsipoen; tijang ing doesoen ngriki boten gadah soemoer; ingkang dipoen-otnbé: toja lèpèn kémawon.

De heer N. N. Nu (= oewis), gooi* 't maar weg, ik houd er niet van, zulk vuil water te drinken, als ze er zijn, koop dan liever wat halfrijpe kokosnoten (= degan, dawegan) voor me.

Drana. Ing wande ugrikoe boten wonten tijang sadé degan; menawi pareng, sampéjan koela-atoeri kèndel ing grijanipoen demang: tingal koela, oewitipoen kelapa katah; menawi sampéjan karsa moendoet, arnesti dipoen-saosi.

De lieer N. N. Waar is 't huis van den demang?

Drana. Poenika, ingkang ngadjeng wonten oewitipoen asem kekalih.

De heer N. N. Die twee groote tamarinde-boomen ?

Drana. Inggih.

De heer N. N. Breng mijn paard hier, laten we daar een oogenblik stilhouden, ga jij vervolgens gras koopen, en geef mijn paard volop te eten (zie wareg).

Drana,. Inggih.

De lieer N. N. Wie (welke) is de demang, Drana?

Drana. Poenika, ingkang nganggé rasoekan petak.

De heer N. N. Demang, ik kom hier alleen maar om een oogenblik bij u (= in uw huis) uit te rusten (= te vertoeven) en om (wat) drinkwater te vragen.

Demang. Soemangga, sampéjan tedak, pinarak ing lebet.

De heer N. N. Ik hield zooeven stil onder den randoe alas daar; ik had ergen dorst, en liet mijn bediende water zoeken, maar hij vond (kreeg) geen helder, zoodat ik niet kon (sida) drinken.

Demang. Soemangga, poenika toja. Tijang ing doesoen ngriki ingkang grija tjaket lèpèn, awis-awis gadah soemoer; ingkang dipoen-ombé, oetawi kadamel (= gebruikt worden, dienen om) memasoeh, toja lèpèn kémawon.

De heer N. JV. Dit water is helder en koud.

Sluiten