Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dapper. — Al wildet je het mij geven, ik zou liet toch niet kunnen gebruiken. — Kasiman, als je naar de markt gaat, ga dan bij Patra aan, zeg hem, dat hij zijne schuld van dertig gulden (= die 30 gulden is) van daag betale. — Als ik zijn bediende was, zou ik dat bevel niet volvoeren. — Je zult mij toch niet slaan ? — Je zult daar toch wel niet heen durven gaan. — Ik vertel je dat, opdat je er niet meer heen zult gaan. — Hetzij hij dood is of nog levend, ik moet mijn vader gaan zoeken.

102.

De olifant ging naar Sijoeng Wanara toe; als hij had kunnen spreken, zou hij gezegd hebben: "Heer, gelieve mij te bestijgen, opdat ik U naar uwen vader brenge.'* — Als je broer straks komt, ga ik met hem mee. — Als je vader hier kwam, zou hij ons wel helpen. — Njai Goena A\ itjara hing dat geschrift op aan de deur, opdat liet bekend zou worden (= geweten zou worden) door het publiek (wong akèh). — Je kunt dat alles meenemen, als je maar betaalt. — Al is dat zoo, je moet hem toch niet slaan. — Demang, ik hoop (= pamoedji-koe = mijne bede) dat ik je spoedig weer moge ontmoeten. — Moge God U gezondheid schenken. — Moge uw leven verlengd worden! — Wees U zoo goed, mij wat geld te geven. — Moge mijn brief spoedig beantwoord worden. — Mijn neef is twintig jaar, laat het meer zijn, dan tocli niet veel.

103.

Kapitein Tak zeide tot Sindoe-redja: //Radèn-dipati, ik kom hier op last van (— gezonden door) mijnheer den GouverneurGeneraal , en den geheelen Raad van Indië (— para Rat), ten eerste (= ingkang roemijin), om verschillende geschenken (= pisoengsoeng) aan den Vorst aan te bieden; ten tweede, om Soerapati op te eischen (verzoeken); ik zal hem wel zelf vatten, als ik maar verlof heb gekregen van den Vorst, want groot zijn zijne zonden tegen (= dateng) de lieden der Compagnie." Dipati Sindoe-redja antwoordde: //Mijnheer, U moet weten, dat die Soerapati nooit (= al den tijd niet) den Sultan gediend heeft; hij dient slechts bij Radèn-dipati Nrang Koesoema."

Sluiten