Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijls komen er Chineesche schepen (wangkang geheeten) van Singapoera met allerlei koopwaren uit China, en deze zijn het, die de opium meebrengen. Wat het aan wal brengen betreft, ingeval die wangkangs 's nachts komen, dan worden zij te gemoet gegaan door visschersschepen; de opium wordt vervolgeus afgegeven. Als ze in ontvangst genomen is, wordt ze aan (= moenggah) wal gebracht, tamelijk ver van Lasem. Aangezien het strand van de geheele residentie Rembang zand is, zoo kan men ze overal aan land brengen. Zij die ze brengen zijn Chineezeu of Javanen, die ongeveer niets bezitten. Ingeval ze betrapt (= konangan) worden door de politie, worden de vervoerders gepakt, voor de rechtbank gebracht, en vervolgens veroordeeld. Maar de Chineezeu, vau wie de opium is, worden nooit gepakt, omdat men niet kan bewijzen dat die opium t eigendom was van de Chineezeu , die de eigenlijke eigenaars zijn.

142.

Een Hollandseh Admiraal (?) op audiëntie bij den Vorst van Mataram.

Nadat Ki Mandaraka en de Admiraal (= Amral) op de reede van Tegal waren aangekomen, ging Ki Mandaraka eerst aan wal; hij maakte zijne opwachting bij den Vorst, en zeide dat de Hollandsche hulptroepen (= bantoe), ten getale, van 1800, onder bevel van den Admiraal, aangekomen waren. Toen de Vorst de woorden van Mandaraka hoorde, was hij zeer verheugd, en sprak : '/Mandaraka, ontbied terstond den hoofdman der Hollanders, ik wil hem zien (= weroeh)."

Mandaraka keerde terstond naar het strand terug, om den Admiraal en de Majoors te ontbieden. De Vorst kwam vervolgens naar buiten om audiëntie te geven (= mijos sinéwaka) en de gasteu te ontvangen De soldaten van den Vorst waren allen voltallig bijeen (— pepak), om te zien hoe de Hollanders er uitzagen ; op de aloen-aloen was het vol mannen en vrouwen.

Na aankomst van den Vorst bogen de Admiraal en de officieren slechts met het hoofd (= mantoek), en namen den hoed af {= ngempit), niet een van hen hurkte neer (= sila). De regenten en die het zagen, waren zeer verschrikt en verwonderd,

Sluiten