Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. We zullen het over een anderen boeg gooien.

d. Er is met hem geen land te bezeilen.

e. Een schip op strand, een baken in zee.

ƒ. Dat liep goed van stapel.

g. Schoon schip maken.

li. 't Gaat daar alles grootscheeps.

i. De beste stuurlui staan aan wal.

j. 'k Heb nog heel wat voor den boeg.

Waaraan doen al deze uitdrukkingen u denken? Waarom zou men in de Hollandsche taal zooveel dergelijke uitdrukkingen aantreffen!

3*. Geef korte verhaaltjes naar aanleiding van de uitdrukkingen (e en i) uit oef. 2 en eveneens korte verhaaltjes, waarin de uitdrukkingen (a, b, c en d) voorkomen.

4*. Laat in duidelijke zinnen het verschil hooren tusschen:

onverdraagzaam — onverdraaglijk

kenbaar — kennelijk

dienstig — gedienstig — dienstbaar

onverstoorbaar — ongestoord

te midden van — in 't midden van

ten noorden van — in het noorden van

5. Vervang de wijdgedrukte zelfstandige naamwoorden door het tegengestelde.

Een man van adel.

In verval zijn.

Met angst de toekomst tegemoet zien.

E ij k d o m geeft niet altijd vreugde en geluk. De jeugd leeft in de verwachtingen der toekomst. Door dwang aan 't werk gaan.

De vreugde van het wederzien.

(*) Oefeningen met een * zijn hoofdzakelijk gegeven ter mondelinge behandeling.

Sluiten