Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een middel

De bezittingen van Nederland.

met spoed

op voet

een greep

een oordeel

een blik

een houding

een bron

een geweten

een samenloop van omstandigheden

een uitstel

een dwang

7 *. Verklaar de volgende rijmpjes.

De mensch wikt, Arbeid verwarmt, God beschikt. Luiheid verarmt.

Wie goed doet, Als niet komt tot iet,

Goed ontmoet. Kent iet zichzelven niet.

Zoo gewonnen, Het geld, dat stom is,

Zoo geronnen. Maakt recht, wat krom is.

Goed overdacht Die wel gedijt,

Is half volbracht. Die wordt benijd.

Met wien ge verkeert Overdaad Wordt ge geëerd. Schaadt.

Wat gij niet wilt, dat u geschiedt,

Doe dat ook aan een ander niet.

Geen spietse maakt zoo diepe wonden Als achterklap en booze monden.'

Wie al koopt, wat zijn gerief is,

Moet vaak.verkoopen, wat hem lief is.

Sluiten