Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen. Ilij kreeg loon naar Zulke handelingen

stuiten mij tegen de Niemand kon het met droge

aanzien. Hij is gauw op zijn getrapt.

Hij was heelemaal buiten van het harde loopen.

Door den val was hij geheel jbuiten

23a*. Voor welke zelfst. naamw. staat het woordje er in de volgende uitdrukkingen in de plaats, of kan het in de plaats staan.

Hij komt e r rond voor uit. Hij weet e r alles van. Hij is e r tegen. Hij zit e r tot over de ooren in. Hij ziet e r slecht, uit. Hij zoekt naar het ,paard en hij zit e r op. Ik V/il er niets van weten. Hij kan e r mee voort. Praat me e r niet van. Hij weet e r meer van. Hij windt e r geen doekjes om. Hij is e r slecht aan toe. Hij is e r door. Hij is e r eindelijk achter gekomen. Hij draait e r nog in. Hij moest e r niets van hebben. Dat komt e r van. Hij liet het er bij. Hij wordt er op aangezien.

Ga hetzelfde na voor h e t in de volgende zinnen.

Hij liet het te ver komen. Het gaat mij niets aan. Hij heeft het leelijk laten liggen. Hij heeft het bij mij verbruid (verkorven). Hij heeft het er slecht afgebracht. Hij liet het er op aankomen. Hij zette het op een loopen. Hij kan het met niemand vinden. Hij heeft het ver gebracht in de wereld. Hij neemt het ervan. Hij schatert (gilt, proest, giert) het uit van plezier. Hij heeft het warm. Hij had het kwaad te verantwoorden. Hij heeft h e t op u gemunt. Ik ben beniewd, hoe het loopen zal. Ik laat het er niet bij.

23 b *. Vul het of er in.

Ik heb hem al dikwijls voorspeld, dat — verkeerd met hem zou afloopen, maar hij heeft — nooit naar geluisterd. — is al meer dan eens gebleken, dat — een nauw verband tusschen deze natuurverschijnselen bestaat. — valt niet

Sluiten