Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treffend — getroffen deksel — dekking ongezien — onzichtbaar onrustig — ongerust bemiddeld — gemiddeld verachten — minachten grondig — gegrond naamloos — nameloos aanmerking — opmerking.

45. Maak een opstel over: de boomen.

Let op de volgende punten:

Waar zien we ze? (de wildernis, bewoonde streken). In 't algemeen zijn het de krachtigste vertegenwoordigers van het plantenrijk. Hoe komen ze voor? (afzonderlijk, in groepen,, in groote massa's). Hoe is altijd de indruk? (denk aan den alleenstaanden waringin, den tjemara e. a.). Wat valt bij de beschouwing van een groep boomen of een bosch dadelijk op? (veel verschil in voorkomen, bladkleur, bouw, ontwikkeling).

Er is ook verschil wat betreft het nut voor den mensch (vruchtboomen, timmerhout, sierplanten, schaduwboomen). Met overal is de boomgroei zoo welig als hier. (woestijn, poolstreken).

De boomgroei is van groot voordeel voor een land. (ontwouding der bergen oorzaak van droogte).

Waarom draagt de regeering zorg voor de bosschen? (geldelijk voordeel, belang van de bevolking).

Noem eenige hoogst nuttige boomen.

46. Vul een of meer passende bijvoegl. nw. in bij elk zell'st. nw.

Een schilderij.

Een snelheid.

Een deelneming.

Een oplossing.

Een terrein.

Een bezoek.

Een onderneming.

Sluiten