Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-58. Als oef. 28.

Zich afmaken (van).

Zich afgeven (met).

Zich te buiten gaan (aan).

Zich beroepen (op).

Zich behelpen (met).

Zich bezinnen.

Zich bedrinken.

Zich erbarmen.

Zich gelegen laten liggen (aan).

Zich houden.

Zich inspannen.

Zich ophouden.

Zich ontspannen.

Zich overeten.

Zich toedragen (van een gebeurtenis gesproken).

Zich voegen.

Zich verspreken.

Zich voordoen.

Zich verweren.

Zich verschrijven.

Zich verrekenen.

Zich verrekken.

Zich verstouten.

Zich wegscheren.

W ie meer van iets gebruikt dan goed is, benadeelt daardoor vaak zijn gezondheid. Willen we goed met onze kameraden omgaan, dan moeten we dikwijls in ons doen en laten rekening met hen houden. Ik ben benieuwd te weten, hoe dat g ebeurd is. Wie zijn uiterste best doet, zal ongetwijfeld slagen. De ontaarde vader, besteedde niet de minste zorg aan de opvoeding van zijn kind. Wie haastig praat, of niet goed nadenkt als hij spreekt, spreekt dikwijls verkeerd. Bij het becijferen van dit vraagstuk Ihebt ge verkeerd gerekend. Hij deed, alsof hij

4

Sluiten