Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 ij den met den armen blinde. Zonder na te denken sprong de matroos over de verschansing in zee om zijn makker te redden. Al spoedig verklaarde Napoleon, dat hij het hoofd van den Staat was.

71 *. Kies uit de tusschen haakjes staande woorden de juiste.

De tijger verborgen in het kreupelhout bespringt zijn (prooi — buit) van achteren. De dieven hadden een verborgen plekje, waar ze gewoon waren hun (prooi — buit) heen te brengen. Beladen met rijken (prooi — buit) keerden de jagers huiswaarts. Versmacht van dorst grepen we naar een beker water en deden ons te goed aan het (kostelijk — kostbaar) vocht. Wat hebben de kinderen zich (kostelijk — kostbaar) geamuseerd. Bij de kroning droeg de vorst een (kostelijk — kostbaar) kleed. De ouders zagen zich genoodzaakt hun zoon straf (opleggen — opdragen). Mij werd (opleggen

— opdragen) de boodschap over te brengen. De tijger is een der meest (beducht — geducht) bewoners van de Indische wouden. (Beducht — geducht) voor het dreigend gevaar verlieten alle bewoners de onveilige streek. De regen (kletteren

— knetteren) op de steenen. Het vuur (kletteren — knetteren) en hoog sloegen de vlammen op. De bijeenkomst werd tot nader (orde — order) opgeheven. De knecht kwam binnen en vroeg wat er van mijn (orde — order) was. Vóór de chef op reis ging, stelde hij (orde — order) op zijn zaken. De generaal vaardigde voor het begin van den strijd een (orde

— order) uit, waaraan officieren en soldaten zich hadden te houden. Sommige mensehen beweren, dat ze uit het fluiten of vliegen der vogels het weer kunnen (profeteeren — profiteeren). Velen (profeteeren — profiteeren) van de goedkoope reisgelegenheid. De zaal, waar de feestvierenden samenkwamen, was (kwistig — verkwistend) met bloemen en groen (versieren — verfraaien). De onervaren jongeling leefde zoo (kwistig — verkwistend), dat hij in korten tijd al zijn geld had opgemaakt en diep in de schulden stak. Ter (versiering

— verfraaiing) van de stad heeft men overal parken en plant-

Sluiten