Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

Den koffer tot zijn boord.

„Zeg, tegenspreker! zie je 't nu.

Dat alles best zoo past?" —

„Jawel", is 't antwoord, „maar nu 't goed

Zoo hoog ligt opgetast,

Nu kan de koffer ook niet toe,

Net als ik heb voorzeid!"

„Niet toe? Dat zal 'k je laten zien!

Jij, met je wijzigheid!" —

Mijnheer zet bij dat woord de knie

Op 't deksel, drukt en drukt,

Zoodat hem 't zweet van 't voorhoofd gutst,

En — eind'lijk is 't gelukt.

„Ik zie 't, mijnheer! 'k beken, het kan;

Dat had ik nooit gedacht;

Nu, makk'lijk is 't ook niet gegaan;

Maar wat heeft u een kracht!

Toch is u wel wat moe er van;

Zit nu eens even, heer,

Dan komt u wat op uw verhaal;

U hijgt er van, mijnheer!"

„Maar, ezel!" sprak zijn warme heer,

Die nu pas zich bedacht,

,,'t Was eigenlijk jou werk geweest,

Wat ik nu heb volbracht!" —

„Mijnheer!" zei Jan, „wees niet verstoord;

't Geval is nu voorbij;

Maar, ezel, ziet u, is een naam,

Die toch niet past op m ij!"

Dr. E. Laukillaed.

B. Breid de verkorte verhalen uit.

DE HEER EN DE PAARDENKOOPER.

Een paardenkooper bood een heer een prachtig renpaard te koop aan voor ƒ 3000. De heer vond den prijs buitensporig

Sluiten