Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegen het zwaarst. Overgangsexamen. Het geleerde moet nog eens goed nagezien worden. De gedachten dwalen vaak al'.

Gesprekken der leerlingen. Wandelingen naar het station. Inkoopen in de stad. Eindelijk breekt de lang verwachte dag aan. Groote vreugde en ongewone drukte. Voor wie wordt het genoegen, dat de vacantie biedt, wel wat vergald?

ONZE SCHOOL.

De ligging; beschrijving uit- en inwendig. Indeeling van het gebouw en bestemming der verschillende vertrekken. Het erf; het onderhoud van een en ander. Hoe is het op school vóór, na en onder schooltijd. Hoe in de vacantie?

De indruk, dien het gebouw maakt. Wanneer is het gebouwd of herbouwd?

EEN ONGELUK OP STRAAT.

Ge waart op de wandeling. Daar zaagt ge veel menschen samenloopen. Je ging er ook heen en drong je naar voren. Wat zaagt ge daar? Je vragen aan de omstanders en de bekomen inlichtingen. Hoe liep het verder af? Hoe gedroegen zich de omstanders (hun opmerkingen, hulp, raad). Enkelen verwijderden zich. Spoedig ging ieder zijns weegs. Wat dacht ge onder het naar huis gaan?

DE SPECHT.

't Is stil in het bosch (in den tuin). Op eens hoort ge een zonderling, trommelend geluid. Ge luistert en kijkt goed toe. Ge ziet een kleinen vogel. Wat voert hij daar uit? Wat zoekt hij? Vlug klautert hij tegen de takken op. Hij kijkt scherp toe. Hij pikt hier en daar wat weg. Soms hamert hij even tegen een tak. Waarom? Voor zijn nest maakt hij een gat in een boomstam. Hij zoekt tot hij een geschikten stam heeft gevonden. Nu gaat hij druk aan het werk. Zijn

Sluiten