Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan de uitvoering nog onderhanden is; ook deze hebben voor een deel betrekking op reeds bevloeide velden, waarvan de irrigatiemiddelen onvoldoende worden geacht.

We zien dus voor het jaar 1907 :

oppervlakte der bouwvelden 4.288.000 bouw,

waarvan bevloeid .... 1.843.000 „ .

Van deze uitgestrektheid werd 210.000 bouw bevloeid met behulp van wetenschappelijk aangelegde werken, en 1.633.000 bouw, waar ten deele de inlandsche bevloeiingswerken nog bestonden. Na voltooiing der onderhanden zijnde werken kan worden geschat, dat de cijfers worden: totaal bevloeid oppervlak 2.000.000 b., waarvan met wetenschappelijk aangelegde werken 527.000 b., dat is dus ruim 26 procent.

Beschouwen wij thans nogmaals de cijfers volgens het jaar 1907; dan blijkt, dat in 22 jaren voor een oppervlakte van 210.000 bouw de voorgenomen werken gereed kwamen, waarvoor volgens benadering een bedrag van f 21.000.000 werd uitgegeven; gemiddeld per jaar zou dit een verwerkt bedrag geven van bijna ƒ 1.000.000. Daarbij komt een verwerkt bedrag van ƒ10.000.000 voor de nog onderhanden zijnde werken; slaat men dit bedrag, om tot een overzicht te kunnen komen, ook om over de 22 jaren, zoo wordt het per jaar verwerkte bedrag ƒ1.450.000 of met inbegrip van de ƒ17.000.000 uitgegeven voor de Solovaleiwerken rond ƒ 2.250.000 per jaar. Nu mag de vraag worden gesteld, of dit verwerkte bedrag niet hoogerhad kunnen zijn; het antwoord daarop kan niet bevredigend luiden ; er had m. i. meer gedaan kunnen worden, het verkregen resultaat na ruim 20 jaren van inspannenden arbeid had grooter kunnen zijn!

De vraag, waaraan dit onvoldoende resultaat, waarop reeds door anderen de aandacht werd gevestigd, te wijten is, wordt dikwijls beantwoord met de klacht tegen de Indische en Nederlandsche Regeering, dat deze onwillig is geweest in het toestaan van de noodige gelden. Die aanklacht komt mij voor onbillijk te zijn; waar goed voorbereide werken bij de Regeering zijn voorgebracht, ondersteund door eenstemmige adviezen van de ambtenaren en colleges, die daarover hun opinie moesten geven, daar heeft de Regeering zich in 't algemeen bereid betoond om de noodige gelden op de begrooting te brengen, althans voor zooverre 's land financiën dit mogelijk maakten. Dit blijkt nog nader uit de omstandigheid dat de jaarlijks bij de begrooting uitgetrokken bedragen herhaaldelijk slechts voor een deel werden

Sluiten