Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in Haus und Volk S. 11 u. s. w. Max Rejschle. Die Bedeutung der Sitte für das christliche Leben in: Zeitschrift für Theol. und Kirche V S. "244 u. s. w.).

Velen hebben het daarom wenschelijk geacht niet van moraal, maar van ethiek (doctrina ethica) te spreken, sommigen tevens met de aanwijzing, dat zij daarbij aan r/êog — en niet aan eêog (Luk. 1:9, 2 : 42, 22:39, Joh. 19:40, Hand. 6:14, 15:1, 16:21, 21:21, 25:16, 26:3, 28 :17 , 1 Kor. 15 : 33, Hebr. 10 : 25) —• gedacht wilden hebben. Of op taalkundigen grond — hoe het ook zij met genoemde onderscheiding — het uit te drukken begrip in „ethiek" in hoogere opvatting dan in „woraaZ" geacht mag worden op te treden, is minstens twijfelachtig. Bovendien wordt het -begrip waaraan het woord ethiek doet denken tegenwoordig zoo onderscheiden opgevat, dat niet zonder gevaar voor misverstand de benaming ethiek gebruikt kan worden. Er is te minder oorzaak om ons woord „zedekunde" door uitheemsche aanduiding te vervangen , dewijl het door Staat en Kerk beide in de taal der wetgeving is opgenomen (Doedes. t. a. p., Dorner. Christliche Sittenlehre S. 11, J. P. Lange. Qründrisz der theologischen Encyclopadie S. 194 (1877), Hothe. Theol. Ethik (Vooirede der 2de vergeleken met die der lste uitg.), D. Chantepie de la Saussaye. Christelijk leven in: Prolestantsche Bijdragen I bl. 113 vv. Hoedemaker. De verhouding der ethiek lot de dogmatiek en praktijk der Godzaligheid bl. 16, Van Oosterzee. Studiën IV bl. 238, Daubanton. Theol. Studiën II bl. 108 vv. Hugenholtz. Theol. Tijdschr. XII, bl. 421 vv. XIV bl. 579 vv. en XV bl. 501 vv. Lamers. Nieuwe Bijdragen V bl. 12 vv.).

3. Zedekunde en zedeleer. Is er geen reden, waarom wij liever van „moraal" of „ethiek" dan van „zedekunde" zouden spreken, het gebruik van de moedertaal beveelt zich hier te meer aan, dewijl het ons de gelegenheid aanbiedt, om eene nadere onderscheiding te maken, die in de wetenschap van het zedelijke leven niet achterwege kan blijven. De wetenschap van het zedelijke leven heeft een formeel en een materieel gedeelte. Onze taal stelt ons in staat, deze beide deelen — in „moraal" of „ethiek" verbonden en in aanduidingen als Sittlichkeits-lehre en Sitten-

Sluiten