Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Wijsgeerige en Christelijke zedekunde. Reeds werd opgemerkt, dat zedekunde met eenig bijvoegelijk naamwoord kwalijk gediend is. Spreekt men van Christelijke zedekunde, men bedoelt dan zoodanige behandeling van de wijsbegeerte des zedeiijken levens, als uit den aard der zaak door een Christelijk moralist geleverd wordt of ten minste moet geleverd worden, gelijk een Stoïcijn eene Stóicjnsche, een Scotist eene Scotistische of een Hegeliaan eene Ilegeliaansche zedekunde bewerkt. Het adjectief kan dus noodig zijn om de herkomst of de richting van het zedekundig stelsel aan te wijzen, maar het wijsgeerig karakter der redekunde als zoodanig blijft daarbij ongerept. Sommigen schijnen te meenen, dat de Christelijke Theologie geen zedekunde als wijsbegeerte des zedelijken levens in haar kader kan opnemen, zonder haar terrein met dat der philosophie te verruilen. Deze meening berust op eene onjuiste opvatting zoowel van de „theologie" als van de „philosophie." Elke „theologie" als wetenschap van een of anderen bijzonderen Godsdienst bevat — voor zoover namelijk de hiertoe vereischte hoogte van ontwikkeling bereikt is — een wijsgeerig gedeelte, waarin het zedelijkgodsdienstig leven wordt behandeld. De dogmatische Godgeleerdheid wordt feitelijk te niet gedaan, zoowel op Godsdienstig als op zedelijk terrein, als men aan de wijsbegeerte den toegang ontzegt tot het theologisch gebied. Alles komt hier aan op de beschouwing van de philosophie in haar wezen en hare taak. Het is den theologen wèl aan te bevelen, dat zij geen Voorstellingen kweeken, volgens welke de wijsbegeerte zich op geen ander pad kan bewegen dan waarop de theologie den voet liefst niet zet. Er is geen reden, die den theoloog mag nopen de wijsgeerige zedekundé van het erf der theologie te verbannen (Van Bell. Het gebied van de wijsgeerige zedekunde Theol. Tijdschr. XVH). Allerminst wordt aan de Christelijke Theologie een dienst bewezen, als men in haren kring geen plaats zou willen inruimen aan de wijsbegeerte der zedelijkheid. Want in het Christendom is niet slechts de samenhang van Godsdienst en zedelijkheid onmiskenbaar, maar duidelijk blijkt hier ook, dat de hoofdstellingen beide van dogmatiek en ethiek op denzelfden grondslag rusten (G. H. Lamers. De wijsbe-

Sluiten