Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet bij de besten onder onze tijdgenooten staat. Voor de fouten van theorie en praktijk beide in menig kerkgenootschap mag het Christendom zelf te minder aansprakelijk worden gesteld, dewijl gedurig vreemde invloed in leven en leer der Christenen zich heeft doen gelden. De geschiedenis der zedekunde in ouden en nieuwen tijd is wel geschikt om ons op onderscheiden terrein te doen zien, hoe wijsgeerige denkbeelden invloed plegen uit te oefenen op de zedeleer. Ook de „Christelijke zedeleer" in onderscheiden tijden en kringen heeft zoodanigen invloed ondergaan. Maar hoe het zij met de vraag wat als echt-Christelijke zedeleer te beschouwen is, en welk licht daardoor geworpen worde op de vraagstukken der hedendaagsche zedekunde (G. H. Lameks. Nieuwe Bijdragen 5de Deel bl. 273 vv.), ongetwijfeld is de Christen-theoloog volkomen in zijn recht, als hij de zedekunde van Christelijk standpunt behandelt. Niemand graaft zijn oog uit, om zuiver te kunnen zien, al weet hij, dat de eigenaardige gesteldheid van zijn oog hem hinderlijk zijn kan in de juiste waarneming der dingen, leder gaat bij wijsgeerig onderzoek van onderstellingen uit die in „geloof" of „ongeloof" gegrond zijn, maar die in geen geval hier kunnen achterwege blijven, al moet men ook met de uiterste zorg er tegen waken, dat zij eenig historisch onderzoek beheerschen. Het Christelijk geloof is bij uitnemendheid geschikt om den ernst van allen zedekundigen arbeid te verheffen. De Christelijke Theologie neemt het kwaad ernstig op en ontveinst zich niet de moeite welke aan de zegepraal der deugd is verbonden. De Christelijke overtuiging kant zich tegen elke beschouwing waarbij het onderscheid tusschen het zedelijke en het natuurlijke (Hoekstra: Zedenleer § 1) zou wegvallen of verzwakt worden. Zij eischt plaats niet voor'het dogma als zoodanig, maar voor het geloof, waarvan het de uitdrukking is of bedoelt te zijn, ook in de wetenschap van het zedelijke leven. Zij handhaaft het recht en de waarde van het geloof in God ook bij de erkenning van den zedelijken plicht. De wijsbegeerte der zedelijkheid heeft op het gebied van het Christendom hare schoonste vruchten gekweekt.

Sluiten