Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cijnschen weg werd geleid. Petrus Abaelardus kwam dooi' zijne algemeene beginselen tot verheffing van het zuiverzedelijke als hoofdzaak in het Christendom, terwijl hij het zedelijke ook niet uitsluitend met het Christendom verbond. Zijne stelling, dat enkel in het peccatum, als „intentio ad malum" opgevat, de zonde schuilt heeft vèrreikende gevolgen gehad in de moraal der Jezuïten. Petrus Lombardus, in het voetspoor van Augustinus tredende, stelde de vraag, of iets voorwerp is van frui, dan wel van uti. Yolgens hem is het subjectieve goed wel formeel een uti, maar eigenlijk een frui van het objectieve goed. Zoo ontving God de eer van onze deugd. Intusschen ontkende Petrus Lombardus onze vrijheid niet, die integendeel in drievoudigen zin door hem werd gehuldigd — als vrijheid tegenover noodwendigheid, als vrijheid van de zonde, als macht beschouwd, en als vrijheid van de ellende die de zonde teweegbrengt. De onderscheiding van praecepta en consïlia evangelica wordt ook door hem gehandhaafd.

In de dertiende eeuw maakte zich Albertus Magnus beroemd door veelsoortigen arbeid. Hoewel hij meerendeels in intellectualistischen zin zedelijke vraagstukken bearbeidde, heeft hij toch —- ook hierin aan Aristotelische beginselen getrouw — eene ascetische moraal gepredikt, terwijl zijne kerkelijke kleur ook hierin uitkwam dat liij de „vera obedientia" beschouwde als gewijd aan de „vicarii Christi." Veel meer dan hij schitterde zijn leerling Thomas Aquinas. Vooral in zijne Summa Iheologiae heeft deze „doctor angelicus zoowel psychologisch als metapliysisch het zedelijk leven besproken. In de voorstelling welke hij geeft van de

Sluiten