Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder zedelijk gezichtspunt werden gebracht. Intusschen bleek, dat van lieverlede ook in dezen kring Scotistische denkbeelden binnendrongen. De wil, al wordt hij ook hier geacht door de „ratio", hetzij inferior hetzij superior, gedreven te worden, treedt als vertibüis op in zeer bedenke1 ijken zin. Terwijl door Antonintjs sommige handelingen, als op zich zelf verdienstelijk, worden beschouwd, meent hij dat anderen dit woiden krachtens het beginsel waaruit zij geschieden. Over de „peccata venialia et mortalia" wordt gesproken op zulk eene wijze, dat het niet moeielijk kan vallen ook met het oog op de flauwheid der grens tusschen beiden met kracht te pleiten voor gehoorzaamheid aan de eischen der Kerk. De vervolging der ketters wordt hier aanbevolen in verband met beschouwingen volgens welke ongehoorzaamheid aan de kerkelijke machthebbers als diep-onzedelijk moet gelden. Wat de deugden aangaat, wordt hier eene proeve van beleefdheidsleer geleverd van eigenaardige waarde. Met bijzondere aandacht moet gelet worden op wat de schrijver ovei de deugd der dapperheid zegt, ten blijke dat echt-christelijke denkbeelden zich op den bodem van klassieke onderscheidingen wisten te ontwikkelen. Ook moet Antoninds geraadpleegd worden bij de behandeling van het vraagstuk der synteresis (zie onder 3). Daarbij blijkt, dat de probabiliteits-leer van lateren tijd hier reeds hare voorbereiding vond.

Was in verband met biecht en boete de casuïstiek langzamerhand in beteekenis toegenomen, ook de behandeling van zedelijke vraagstukken had geleid tot eene bespreking van losse vragen van allerlei aard. Voor de „Summae de casibus poenitentiae" hadden alzoo praktijk en theorie beiden een breed pad gebaand. Dewijl niet op alle vragen door allen gelijk antwoord gegeven werd, konden deze „Summae" tevens lichtelijk „summae casuum conscientiae" worden. Reeds in de 13de eeuw werd door Radiund de Pennaforti eene „Summa de casibus poenitentialibus bewerkt. In de volgende eeuw werd de „Summa Astesana" bearbeid door Iranciscds van Asti (eerst in de 15de eeuw in druk gegeven). Voorts komen in aanmerking „de Summa Rosella", de „Summa Angelica', de „Pisanella , de „Galensis", de „Pacifica" alsmede de „Biblia aurea". In de 16d8 eeuw

Sluiten