Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd hier, meer dan in de Luthersche kerk. aan de zedeleer een wijsgeerig karakter gegeven, ook al werd tusschen de wijsgeerige en de Christelijke zedeleer eene scherpe scheiding gemaakt. Het moge al waar zijn, dat Zwingli (Hoekstra. Geschiedenis van de Zedenleer II bi. 178) mets heeft nagelaten dat op eene zedeleer gelijkt, en met Dr. Bavinck (1880) van Zwingu's ethiek te spreken moge al met Dr. S. Cramer (Theol. Tijdschr. XV bl. 309) bedenkelijk worden geacht, men kan toch niet ontkennen, dat Zwingli zedelijke overtuigingen heeft uitgesproken die der wijsgeerige zedekunde, inzonderheid voor zoover zij op het sociale leven let, ten goede komen. Dat het zedelijke altijd en overal formeel van gelijken aard is, was hem duidelijk. Hij zou zeker meer waarde voor ons gehad hebben, als hij zich op meer nauwgezetheid — ook in zijn denken — had toegelegd (August Baur. Zwingli1 s Theologie u. s. w. 1785, Zeller. Das theol. System Zwingli's 1853). Veel meer dan Zwingli moet in elk geval Calvyn geroemd worden, ook met het oog op wat hij in zijne: Institutio religionis Christianae Lib. Hl Cap. 6—10 en elders omtrent de „vita christiana" schreef (P. Lobstein. Die Ethik Galvin's in ihren Grundzügen eniworfen 1877). Breed wordt door hem het voordeel van de Christelijke boven de wijsgeerige zedeleer uitgemeten. Juistheid van oordeel moge hier niet altijd te vinden en het recht van het zedelijk bewustzijn wel eens op logisch-bedenkelijke manier tegen dogmatische leerbegrippen gehandhaafd zijn, ongetwijfeld moet erkend worden, dat Calvyn de zedelijke macht van het Christelijk geloof treffend deed uitkomen en op zedelijk gebied — ook wat de behandeling van den dekaloog betreft — in zijne geschriften zich ver boven de overige hervormers verhief. De bewering, zoowel van Luthersche (Fuhrmann 1628) als van RoomschKathoheke zijde (Arnauld 1675) uitgesproken, dat op het standpunt van Calvyn's dogmatiek de zedeleer niet anders dan verwaarloosd kan worden, is door de feiten voldoende weerlegd. Reeds in 1577 (3de uitgave 1582) verscheen het werk van Lambertus Danaeus: Ethices Christ. 11. III (Du Rieu. Lambert Daneau a Leyde 1881, De Félice. L. Daneau 1882) ten bewiize dat, ten minste wat rle llipr in liof

15*

Sluiten