Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste gedeelte aanbevolen — antropologische beginselen aangaat, in den kring der Gereformeerden deugdelijke arbeid geleverd kon worden. De klassiek gevormde schrijver beproefde de wijsgeerige rechtvaardiging deiCalvinistische beginselen — op het gebied zoowel van de „chantas" als van de „religio" — en was van verbinding der „Christelijke" en der „wijsgeerige" zedeleer niet afkeerig. Anders werd hierover gedacht door Keckermann (1571—1609), die de „Christelijke" deugd niet in de „wijsbegeerte" maar in de „theologie" als leer der praktische vroomheid wil behandeld zien, alsmede door Polanus a Polensdorf (1561—1610), die (in zijn: Syntagma Theologiae Christianae 1609) op voetspoor van Petrus Ramus (1515—1572) in het theologisch systeem een theoretisch en een praktisch deel als credenda en facienda onderscheidde. Volgens .Wilhelmus Amesius (Meduüa Theologiae en De consckntia et ejus jure vel casiims) heeft de „algemeene" zedekunde tegenover de „Christelijke" geen recht van bestaan (H. Visscher. Ouilielmus Amesius, zijn leven en werken 1894), en ook Antoniüs Walaeus heeft in zijn: Compendium ethicae Aristotelicae ad normam véritatis Christianae revocatum. Opera omnia II 1647 dien weg bewandeld (J. D. de Lind vak Wijngaarden.

Antonius Walaeus 1891).

Merkwaardig is de: Marale Chrétienne (1652—1660) van Mozes Amyraldus , den theoloog van Seaumur, die (A. Drost. De Moyse Amyraldo, Ethices Christianae Doctore 1859), in verband met de foederaal-methode, op eigenaardige wijze in de „christelijke" zedeleer opnam wat ook als „natuurlijke", „heidensche" en „Israëlietische" moraal zou kunnen worden aangeboden. In Nederland, gelijk ook elders ondei de Gereformeerden, werd in de 17de en 18de eeuw gedurig — anders dan bij Calixtus (zie onder 4) — de zedeleer in samenhang met de geloofsleer behandeld, als door Johannes Hoornbeek (1614-1666) in zijne: Theologia practim 1663 (Achelis. Theol. Stud. u. Krit. 1892 I S. 15), Petrus van Mastricht in zijne: Theologia theoretico-practica (1687, 2de uitg. 1698), Campegius Vitringa in zijn: Typus theologiae practicae (1 (1 <), FR- Ad. Lampe in zijne: Delineatio theologiae activae (1727) en H. Witsius in zijne: Schediasm.ata theol. practicae (1729). Buiten ons vaderland werd

Sluiten