Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de 18de eeuw in de school van Leibniz-AVolff tegen het elders veld winnende empirisme een dam opgeworpen, die wel niet den stroom zou keeren van het naturalisme maar toch niet zonder beteekenis bleef. Door Leibniz werden de grondslagen gelegd van de rationalistische moraal, welke door Wolff is opgebomvd naar de regelen zijner fijne dialektiek. Het vraagstuk der zedelijke vrijheid nam in de zedekunde dezer school eene breede plaats in, en godsdienstige motieven werden in haar midden geëerd. Intusschen kon zij niet verhinderen, dat mede onder vreemden invloed nog in de 18de eeuw bij sommigen, als bij Bazedow en Nicolaï, zich weerzin openbaarde tegen eene op godsdienstigen grondslag rustende moraal.

In Frankrijk werd reeds in den aanvang der 17de eeuw door Charron de zedeleer losgemaakt van den Godsdienst. Aan den invloed van Malebranche mag het voor een deel worden toegeschreven, dat vooralsnog niet op algemeenen bijval te rekenen viel voor mannen, die den weg baanden voor de verkondiging van de beginselen waardoor het einde der 18de eeuw zich gekenmerkt heeft. Terwijl Kousseau, de Condillac, De la Mettrie, Diderot en Holbach in ruimen kring de aandacht hunner tijdgenooten trokken, moet in de zedekunde vooral op Helvetius gelet worden.

Wat echter ook in Frankrijk en elders in de 17de en 18de eeuw geleverd zij op zedekundig of daarmede verwant gebied, het oog moet zich naar Engeland richten, als men wil ingelicht worden omtrent de zedelijke beweging in de genoemde eeuwen. Hoewel de beginselen der Encyclopaedisten die in Frankrijk optraden reeds vroeger in Engeland werden

,

Sluiten