Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepleit, tocli moet erkend worden, dat van den aanvang af de behandeling van zedekundige vraagstukken in Engeland en Schotland, ook al werd daarbij Godsdienst en Kerk ter zijde gesteld, zich kenmerkte door eenen ernst, die aan Helvetius en zijne geestverwanten vreemd was. Met Baco van Verulam opent zich eene rij van mannen, die over begrip en oorsprong van de zedelijkheid ernstig hebben nagedacht. Het empirisme werd niet door allen, die in de 17de en 18de eeuw de wijsbegeerte in Engeland beoefenden, omhelsd. Toch bleef het de hoofdrichting, waarin zich ook de zedekundige studiën bewogen. Maar evenmin als in Frankrijk bleek hier de wijsbegeerte — die enkel op de waarneming der zinnen let — bij machte te zijn om het probleem des zedelijken levens op te lossen. Baco werd in zijn streven om de theologie buiten de wijsbegeerte te sluiten gevolgd door Hobbes — die, uitgaande van de leus „bellum omnium contra omnes", den grondslag der zedelijkheid zocht in overwegingen van uiterlijken aard. Terwijl Wollaston hem volgde op dit pad, vond zijne theorie weerspraak zoowel bij Cudworth en More, die met geheel de school van Cam bridge te veel prijs stelden op de rationeele theologie om haar van de moraal uit te sluiten, als bij Cumberland, die met de voorstelling van Hobbes omtrent den primitieven toestand der menschheid zich niet kon vereenigen. Verder dan Hobbes greep Locke om zich heen, niet geheel in gelijken geest als hij. Maar op nieuw openbaarde zich krachtig verzet tegen het empirisme, bij intellectualisten als Clabke, en bij aesthetici als Shaftesbury, Buttler en Hutcheson. TerAvijl Edwards in Amerika veel meer waarde hechtte aan

Sluiten