Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich ook weinig op eigenlijk zedekundig terrein — afgezien van zijne verhandeling over: Les passions de l'dtne (S. Max Heinze. Die SittenIchre des Descartes) — maar in zijn Discours de la méthode en elders heeft hij het zedelijk leven wel besproken (G. Touciiard. La morale de Descartes 1898), en door zijne volgelingen heeft hij ook op dit gebied in Nederland grooten invloed uitgeoefend. Op Arnold Geulinx (1624—16G9) moet hier allereerst de aandacht gevestigd worden (E. Pfleidereii. A. Geulinx als IJauptvertreter der occasionalistischen Metaphysik und Eihik 1882, Leibniz und Geulinx mit besonderer Beziehung auf ihr beiderseitiges Uhrengleichniss 1884). In 1665 werd hem te Leiden het onderwijs in de Ethim opgedragen. Ook hij had te strijden met hen die eene vijandige honding aannamen tegenover de „nova methodus" van Cartesius, wiens dualisme hem leidde tot het occasionalisme, dat hij in zijne Ethica ook in de zedekunde toepaste. Of hij met Spinoza (1632—1677) bekend was kan niet worden uitgemaakt naar het schijnt, maar zeker heeft het occasionalisme met zijne leus: „ubi nihil vales, ïbi nihil velis" den weg gebaand voor Spinoza's Ethica (Prof. Land. t. a. p. bl. 159—230). Niet zonder recht werd Spinoza als de „Copernicus van het zedelijk leven" beschouwd (Busken Huet. Land van Bembrandt 112 bl. 125). De vraag is echter, of de samenhang van gemoedsbewegingen en handelingen met dien van mathematische waarheden kan worden gelijk gesteld. Eeeds tusschen 1656 en 1661 schreef Spinoza het „traktaat over God, den mensch en diens geluk", waarin de grondstof te vinden is van zijne — na zijn dood verschenen — Ethica, ordine geometrico demonstrata et in quinque partes distincta, waaraan hij de helft van zijn leven heeft besteed. Het behoeft hier geen betoog, dat deze zedekunde in verband staat met de Godsleer die den schrijver eigen was (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 4 onder 2 en § 34 onder 3), wat vooral uitkomt in de verheffing van den „amor Dei intellectualis" als hoogste goed en tevens hoogste deugd (C. Lülmann. TJeber den Begriff: amor Dei intellectualis bei Spinoza 1884). Ook in de op zich zelf hoogst merkwaardige behandeling van de leer der affecten bleek het intellectualistisch karakter

Sluiten