Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezer zedeleer. Hoeveel lof ook moge toekomen aan den vorm van Spinoza's zedelijke wijsbegeerte, men kan moeielijk de bewering volhouden, dat in het stelsel van dezen wijsgeer volstrekte eenheid te vinden is (Dr. J. D. Bierens de Haan. De wereldleer in Spinoza's Ethica in: Tweemaandelijksch Tijdschrift 1897 Maart). Het was voor latere geslachten bewaard, den invloed van dit stelsel — niet tot voordeel van de zelfstandigheid der zedelijke wetenschap — in meerdere of mindere mate te ondergaan.

Zeer moeielijk is het zich eene juiste voorstelling te vormen van de zienswijze van Pierre Bayle (1047-—17U6), die op onderscheiden gebied zich bewoog ma<ir meest bekend is door zijn: Dictionnaire hi-storupie et critique. Over Spinoza liet hij zich zeer ongunstig uit, weinig in overeenkomst nochtans met zijne algemeene stelling dat Godsdienst en zedelijkheid volstrekt niet behoeven samen te gaan. Op zijne wijze heeft Bayle voor eene „onafhankelijke zedeleer" gepleit. Het zedelijke leven werd door hem intellectualistisch opgevat, maar ook de leer der aandoeningen trok toch zijne aandacht.

2. I)e zedekunde in Duitschland. Reeds noemden wij (zie § 5 onder 4) Sahuel Pufendorf (1632—1694), die even als Hugo de Groot (zie onder 1) in zijne rechtsleer van „natuurrecht" sprak, waarin de leer des zedelijken levens in zoover betrokken is dat de daarbij bedoelde eischen van de „praktische rede" (Hoekstra. Geschiedenis van de Zedenleer II bl. 192) kunnen worden beschouwd als uitdrukking van algemeenzedelijke denkbeelden. De invloed van rechtsgeleerdheid en bespiegelende wijsbegeerte op de ontwikkeling der zedekunde begon daarmede ook in Duitschland zich te openbaren. Door Leibniz (1646—1716) is in zijne werken, die hoofdzakelijk de gedachte der harmonie op onderscheiden gebied trachtten aan te bevelen, niet weinig besproken dat op zedekundige stof betrekking heeft (B. R. Martin. Leibnitzeri's Ethik 1888). In dezen wijsgeer ontmoeten elkander de empirische en de speculatieve lijn. In de „lex continui", die zijn stelsel beheerscht, kan men zoowel eene vrucht zijner bespiegeling als eene les der ervaring erkennen. In ziine monadenleer (zie miine Wetenschap van den Godsdienst H § 34

Sluiten