Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sense" als algemeen menschelijk bewustzijn tegenover wijsgeerige theorieën. In Reid's Essays on the active powers of human mind wordt alzoo een empiristisch rationalisme verkondigd, dat voor de zedekunde weinig waarde heeft. Yan meer beteekenis was de in 1828 uitgegeven Pliilosophy of the active and moral powers of man van zijnen grootsten leerling Dugald Stewaet (1753—1828), wiens werken in 1854 door IIamilton op nieuw zijn uitgegeven (cf. J. Watson. The new „ethical" pliilosophy in: International Journal of ethics. July 1899 p. 413—434). Door Thomas Bkown (1778—1820) werd eene verbinding van de beginselen van Reid met die van Hume beproefd, waardoor hij in hooge eer staat ook bij velen in den nieuweren tijd. Inmiddels was reeds in 1738 door Warbtjrton (Divine legation of Moxes) het zedelijk verplichtingsbewustzijn als hoofdzaak in het zedelijke leven op den voorgrond gesteld, terwijl Richard Price in 1757 (A review of the chief questions and difficulties of morals) eene poging deed om tegenover empirisme en gevoelsmoraal Plato's zedekundige beginselen weer op den troon te plaatsen. Yeel meer bijval vond in ruimen kring op het gebied der zedekunde — gelijk op dat der „Theologia naturalis" — ten minste onder de theologen de arbeid van William Paley (1743—1805), die in 1785 zijne: Moral and political philosophy het licht deed zien. Men kon zich intusschen ook in Engeland moeielijk ontveinzen, dat de wetenschap van het zedelijke leven aan herziening dringend behoefte had (L. A. Selby-Bigge. British moralists, being selections from writers principally of the eighteenth century 1897). Opmerking verdient nog, dat Paley misschien niet buiten den invloed stond van onzen Nieuwenti.it (1654—1718), gelijk omgekeerd W. L. Brown (1755—1830) bij zijn zedekundig onderwijs in Nederland zich van een handboek van Hutcheson bediende (zie Prof. Land. De wijsbegeerte in de Nederlanden 1899 bl. 142).

Sluiten