Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 6 onder 4) ook met het oog op zedelijke vraagstukken. Onder de volgelingen van Fries wordt eene bijzondere plaats ingenomen door den psycholoog Fe. E. Beneke (1798—1854), die in 1837 Gfrundliniën des natürlichen Systems der praktischen Phïlosophie uitgaf, nadat hij reeds in 1822 de aandacht had getrokken door zijne: Grundlegung xur Physik der Sitten, waarin echte geestverwanten van Kant eene polemiek tegen Kant's Metaphysik der Sitten meenden te vinden. Empirische beginselen, in Engeland verkondigd. hadden bij Beneke bijval gevonden (Dr. Th. Kühn. Die Sittenlehre Beneke's. Ein Beitrag zur modernen Ethik 1892, Joh. Frjedrich. Friedrich Eduard Beneke. Ein Gedenkblatt zu seinem 100. Geburtstage 1898). Veel meer intusschen dan Beneke heeft Joh. Fr. Herbart (1776—1841) invloed geoefend op de zedekunde (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 7 onder 2 en § 35 onder 7). Volgens hem is ook het zedelijke op aesthetische verhoudingen gebouwd, en de zedekunde van den smaak trad hier te voorschijn. De moraal behoort bij de „Praktische Philosopliie", waarin de „analytische Beleuchtung der Moral" naar psychologische beginselen geleverd wordt. Volgens vijf beginselen oordeelt de zedelijke smaak over de waarde der dingen. De invloed van Engelsche moralisten deed zich gelden bij Herbart, die tusschen het rigorisme en het eudaemonisme het midden trachtte te houden. Alle metaphysica wordt hier buitengesloten, en de harmonie of disharmonie der gezindheden beslist over de waarde der daden krachtens kwantiteits- zoowel als k waliteits-oordeel. In de school van Herbart is niet weinig te leeren, zoowel voor den moralist als voor den psycholoog, maar terwijl hier menigmaal ook van persoonlijke aandoeningen eene fijne analyse gegeven wordt, wordt toch de beteekenis van den persoon in het zedelijke leven miskend (G. H. Hartenstein. Die Grundbegriffe der ethischen Wissenschaften 1844, F. H. Th. Allihn. Reform der allgemeinen Ethik durch Herbart in: Zeitschr. fttr exacte Pliil. B II, Hl, V, Opzoomer. Losse Bladen I bl. 352, Hoekstra, t. a. p. II bl. 268). Ook Ludwig Feuerbach (1804—1872) heeft zedekundige onderwerpen in behandeling genomen (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst H S 6 onder 61 o. a. in

XII

17

Sluiten