Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede diensten kunnen bewijzen. De Roomsch-Katholieke Keik (zie § •) onder 2) zag hare theologen, voor zoover zij aan de zedekunde hunne aandacht wijdden, meerendeels aan de kerkelijke (traditionalistische) moraal getrouw blijven. De wijsbegeerte van Kant (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 5 onder 4) werd in Frankrijk door Maine de Biran vertegenwoordigd en heeft op den reeds genoemden Victor Cousin invloed geoefend, blijkens diens Cours de philosophie (18B6), in 1853 omgewerkt in zijn geschrift: Du vrai, du beau et du bien (Janet. Victor Cousin et son oeuvre 1885). De school van Cousin heet de spiritualistische, dewijl zij zich min of meer aan de wijsbegeerte van Cartesius aansloot in haar, soms zonderling, eclecticisme. Men kan haar ook rationalistisch noemen, als men het spraakgebruik in Frankrijk buiten rekening laat. De werkzaamheid van Cousin kan met volledig worden begrepen, zonder dat men let op de politieke omstandigheden van Frankrijk in dien tijd. Voor de historie der zedekunde heeft hij meer beteekenis dan voor de zedekunde zelve. Het beste voortbrengsel der zedekunde van dit „spiritualisme" is zeker te vinden in Le devoir van Jules Simon (1814—1896). Mede onder den invloed van Jouffroy (Cours de droit naturel 1835 en Mélanges philosophiques 3® Ed. 1860) werd in Frankrijk ook de moraal van het utilisme onder de „spiritualisten" verkondigd, terwijl in denzelfden kring ook latitudinaristische beginselen veld wonnen, die voor vrijheid van denken deden ijveren. Intusschen had ook het sociale vraagstuk belangstelling gewekt. Eene arbeidersvereeniging te Lyon had in den aanvang dezer eeuw van „mutuellisme" gesproken. Tot de daardoor in het leven getreden school der „mutualisten" behoorde Pierre Joseph Proudhon , bekend door zijn woord: ,.la propriété c'est le vol", die zeker niet tot de echte volgelingen van Cousin behoorde, al kan men hem niet zonder voorbehoud als communist beschouwen. Terwijl de „spiritualisten" over het geheel den samenhang van Godsdienst en zedelijkheid handhaafden, heeft Proudhon de „onafhankelijke moraal" bepleit (De lajustice dans la révolution et dans Véglise 1858-1859). Veel verder dan het „spiritualisme" greep het positivisme om zich heen, gesticht door I. Aug.

Sluiten