Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn: Het wezen der deugd volgens hel Evangelie (1849) en waaraan ook o. a. in de Jaarboeken voor Wetensch. Theol. Deel VI bl. 391—410 (door K.) de aandacht — min vriendelijk — gewijd werd. En evenmin is het vreemd, dat later de studiën van Scholten en Hoekstra over het vraagstuk van 's menschen vrijheid velen bekoorden. Want aan de behandeling van psychologische vraagstukken, waarbuiten de zedekunde niet blijven kan, was in ons vaderland tot nog toe bijzonder weinig aandacht geschonken. De strijd voor en tegen de „moderne Theologie' heeft in de tweede helft dezer eeuw (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 8 onder 4) krachtig medegewerkt om belangstelling te wekken voor vragen van psychologie en ethiek. In het Theologisch Tijdschrift zijn verhandelingen van blijvende zedekundige waarde geleverd o. a. door Dr. Ph. E. Hugenholtz (wiens Studiën op godsdienstig en zedekundig gebied 1884—1S89 niet in vergetelheid mogen komen), door Kdenen (wiens Onderwijs in de Zedekunde door Dr. H. IJ. Groenewegen beschreven eu door schrijver dezes Nieuwe Bijdragen IX bl. 305—332 besproken werd) en door van Bell (wiens „Zedekunde", voor zoover gereed, na zijn dood in het Theol. Tijdschr. XXXI bl. 113 vv. werd opgenomen). Voorts noemen wij de namen van Prof. Hoekstra, boven reeds vermeld, die in 1862 „de ontwikkeling der zedelijke idee schetste en — om van anderen arbeid te zwijgen — in 1893 met zijne „Zedenleer" en in 1896 met zijne „Geschiedenis van de Zedenleer" onze theologische letterkunde verrijkte, Prof. Cannegieter, die in 1879 uitgaf: De zedelijkheid, haar wezen, grondslag en doel, Dr. W. Scheffer, van wiens hand in 1894 verscheen Christelijke zedeleer, breed geschetst. (Nieuwe druk 1898), en den hoogleeraar I. J. de Bussy, die in 1898 zijne Inleiding tot de zedekunde het licht deed zien. Aan goede verwachting omtrent verhoogde belangstelling in zedekundige studiën behoeft het niet te ontbreken. De omstandigheden des tijds, vooral uit het oogpunt van sociale verhoudingen beschouwd, leiden ook theologen in ons vaderland op het terrein der zedekunde.

Sluiten