Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied te behandelen, wier principiëele beteekenis in het licht treedt reeds bij de eenvoudige overweging, dat hier alles aankomt op eene juiste beschouwing van het zedelijk subject — den mensch —, maar ook is de materiëele inhoud, waarover hier moet worden nagedacht, van groot gewicht, om het even of men langs analytischen dan wel synthetischen weg wat zedelijk goed is wenscht te leeren kennen. Men zou misschien hier de onderscheiding tusschen het subjectieve en het objectieve kunnen laten optreden, als niet reeds op zich zelf, bijzonder op zedelijk gebied, soms de grens tusschen deze beiden zeer moeielijk te bepalen was, maar dat in elk geval op onderscheiding hier moet worden aangedrongen is duidelijk, zoodra men het feit heeft erkend dat het woord zedelijk niet altijd in gelijken zin wordt gebruikt (I. J. de Bussy. Inleiding tot de zedekunde 1898 bl. 17 vv. en bl. 146 vv.). De verwarring in het denken, waartoe soms het gebruik van het begrip ethisch, ten onzent vooral, aanleiding gaf, is niet buitengesloten, waar wij van zedelijk spreken. Wij kunnen daarbij het oog hebben op wat als goed mag gelden, zoodat het,geacht wordt tegenover het onzedelijke te staan, maar wij kunnen ook daarbij aan tegenstellingen of nevenstellingen denken , als welke ons voor den geest staan, waar wij het natuurlijke en het zedelijke onderscheiden, of ook — om iets anders te noemen — als wij van de verhouding tusschen recht en zedelijkheid spreken. Wie de zedekunde behandelt heeft te doen met de formeele vraagstukken waarvan de mensch, als zedelijk wezen, het middelpunt is met al wat het zedelijke leven in zijnen vollen omvang betreft, in samenhang met het geheele gebied des geestelijken levens, dat zich in de onderscheiden kringen van ons zieleleven openbaart. Wie eene zedeleer ontvouwt, beschrijft niet slechts den inhoud van het zedelijk-goede, maar stelt dat ook voor in het karakter van eene wet waaraan men heeft te gehoorzamen, op welken grond men ook meene dat te moeten doen (zie § 1 onder 3). Kan (zie § 1 onder 4) de zedekunde niet nader bepaald worden, tenzij dan dat men aan methodologische overwegingen denke en dus lette op onderscheidingen, als die tusschen empirisch en speculatief of dergelijke, de zedeleer is uit haren aard te onderscheiden naar kring of

18*

t

Sluiten