Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgnommer.

1. 2.

3.

4. 5

~n a T TT M NOMMEK aanhaling

1) A I U M van <Jen

der uit te voeren Catalogus VAN DE

werkzaamheden. BETREKKELIJKE VOORSCHRIFTEN.

JANUARI. Artt. lfi en 22 > ■i'8- artt-13 > 14 en 15 der wet-

(Tusschen 1 en 31.)

JANUARI. 16 en 27 Art. 10, Staatsblad No. 230 van 1901.

(Tusschen 1 en 31.)

TANTTART 53 Artt. 13, 14, 16,18 en 22, in verband met art. 15 dei' wet.

.lAiNUAttl. «»- Artt. 10 — 14, Staatsblad No. 230 van 1901, No. 234

(Tusschen 1 en31.) »2bis van 19Qi> en No 10 van 1909

52 A circ. M. v. B. Z., 5 Nov. 1902, Afd. M. S. No. 1889 M.

52 lï (v. Maaken, Verzameling, jg. 1902, blz. 976).

52 C

1438

1439

1440

709

710

1ANTTAR1 7«5 <ï 20 van het Voorschrift betreffende dienstreizen enz.

/Tn «Ton lnnn ^ inic (Beschikking M. v. O., 15 April 1902, Vide Afd.

(In den loop.) 175 No 68> btj Besuh M v 0) 19 Jan- 1908j vide

Afd. No. 71, 1 Oct. 1903, Vide Afd. No. 12, 5 Maart 1904, Ilde Afd. No. 176, 17 Aug. 1904, Ilde Afd. No. 148, en 30 Aug. 1904, 11de Afd. No. 2. (1). Zie ook Circ. M. v. B. Z., 1 Maart 1906, No. 285s M. Afd. M. S.

JANUARI. 157 Artt. 28 en 103, al. 1 der wet.

/In rlon lnnn 1 1 Kon. besl. van 5 Jan. 1884, Staatsblad No. 4, gewijzigd

(in aen ioop.) i?>» b|j dat yan 24 Febl._ 1898; Staatsblad No. 56.

Circ. M. v. B. Z., 13 Maart 1884, Afd. A. Z. C., No. 1471 (v. Maanen, Verzïmeling, jg. 1884, blz. 624).

JANUARI. 2198 Art. 99 der wet,

/Tn don lnnn "i Artt. 55quater en öbquinquies, Staatsblad No. 230 van

l,in ueu 19Q1 en No_ 1Q van 1919

§ 10, 1°., e en g, Militie-Beschikking 1909.

I II'

(1) Al deze Beschikkingen zijn opgenomen in den herdruk 1908 van bestelnommer 765.

OMSCHRIJVING DER WERKZAAMHEDEN.

... _ __ j flrtAr nf vnnr lion

Aansifte of opgave ter msctinjving voor ue minne, lc uucu uw ^ - — . " die op den lsten Januari van het jaar der inschrijving het 19de levensjaai

waren ingetreden.

Vanwege het Gemeentebestuur kunnen ongezegelde uittreksels uit de geboorteakten worden gevraagd betreffende personen, die voor de militie moeten worden ingeschreven en niet in de Gemeente zijn geboien.

Burgemeester en Wethouders schrijven alle mannelijke Nederlanders en alle mannelijke ingezetenen niet-Nederlanders in, die daartoe aan- of opgegeven zijn en' op den lsten Januari van het jaar hun 19de tevensjaar waren ingetreden. (Wat minderjarige Nederlanders aangaat, zie hierna blz. 5b—5y.)

Van elke aangifte ter inschrijving en van elke naar aanleiding eener opgave gedane inschrijving wordt een bewijs, resp. Model No. 2 en Model .No. o, afgegeven, met inachtneming, wat Model No. 2 betreft, van de daann

aangeduide gevallen.

Vóór de inschrijving van hen, die elders zijn geboren, kunnen Burgemeestei en Wethouders zich, door overlegging van een uittreksel uit het register van geboorten te vorderen, vergewissen van den juisten tijd van geboorte.

Het verdient aanbeveling zoodanige uittreksels zoo mogelijk reeds in December t. v. aan te vragen.

Alhoewel het materieel voor het register van inschrijving (Model No..6) en^de Alphabetische naamlijst (Model No. 7) door de Begeering wordt verstrekt, is dit toch ook verkrugbaai gesteld om, desverlangd, voor hulpregister te dienen.

Burgemeester en Wethouders zenden aan den Commissaris der Koningin (voor elk Departement van Algemeen Bestuur afzonderlijk) eene declaiatie (Model No. 6 van het Voorschrift betreffende dienstreizen enz.), in duplo, wegens betaalde daggelden en kosten van huisvesting met voeding en van vervoer aan of ten behoeve van dienstplichtigen der Nationale Militie, ter aflevering of tot het houden van wapenoefeningen opgeroepen, over het afgeloopen kwartaal. (1)

Burgemeester en Wethouders zenden aan den Commissaris dei Koningin declaratiën, in duplo, wegens vergoeding van reis- en verblijfkosten ter zake van de Nationale Militie, over het afgeloopen halfjaai. (1)

De Burgemeester zendt terstond wanneer van het in het tijdvak van 16 tot 30 September van het vorig jaar afgeleverde gedeelte der lichting een loteling komt te ontbreken, eene kennisgeving aan den houder van het aan de beurt van oproeping liggend hooger nummer, waarbij deze wordt ondeiricht, dat hij ter aanvulling van het contingent ter aflevering zal worden opgeroepen, onder mededeeling, dat die aflevering, naar gelang hij ter volledige dan wel tot korte oefening zal worden bestemd, zal geschieden

(1) Ofschoon kwartaals- of halfjaarsge wijze inzending niet is voorgeschreven, schijnt zij echter uit een comptabiliteitsoogpunt aanbevelenswaardig.

Sluiten