Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemde trapezium een driehoek worden; de tweede der boven gegeven oplossingen zou dan niet van de eerste versclullen , terwijl overigens de constructie onveranderd blijft. Zoo hebben ^ *

35 op d, tweo waarvaif het eerst-

strueerd van twee punten (A, A ) en { , ),

eenoemde in het horizontale vlak ligt. _

La-en de gegeven punten beide onder het horizontale vlak, zoo

kan dit blijkbaar in de verklaarde oplossingen geene andere wijziging

teweegbrengen, dan dat de lengten der projecteerende lijnen als

gegevens beneden de as afgeteekend staan, en derhalve bij de derde

oplossing ook beneden de as moeten gebruikt worden Wij laten P . i_ i olrlns ïyp-ffeven üunten aan den

de uitvoering van ae cuiimiuuic D-0-

^(UerTtellen wij in de tweede plaats, dat van de gegeven punten het^eene boven het andere beneden het horizontale vlak ligt zooals de punten A en D in Fig. 10, dan vormen de projecteerende lijnen AA' en DD', met de lijn AD en hare projectie A'D', geen trapezium, maar een samenstel van twee rechthoekige driehoeken, die in een en hetzelfde vlak liggen en waarvan zoowel de schuine zijden AS en DS als de rechthoekszijden A'S en D'S in elkanders ver eng en vallen terwijl de rechthoekszijden AA' en DD' evenwyehg loopen Wordt' nu weder het vlak van deze driehoeken om A D op het horizontale vlak neergeslagen, dan komen die driehoeken aan weers... j„ i:;„ atv te li°-£ren: na dit neerslaan zijn AA en IJL)

nVloodrecht op A'D', terwijl AS en DS in elkanders verlengden ziin gebleven, zoodat dan weder de lijn AD in hare ware lengte op het horizontale vlak zal liggen. Die neergeslagen drie l0^en ^"n™ nu even als het boven gebruikte trapezium, weder onmiddellijk de'constructiefiguur uit de hierin aanwezige gegevens geconstrueerd worden en daardoor zal dan de werkelijke lengte van de lijn AD weder gevonden zijn. Om b. v. de werkelijke lengte van de in Fig. 36 voorgestelde lijn AB te vinden, stelt men wederom in A en B loodliinen op A'B', doch nu aan verschillende zijden van deze lijn , neemt op die loodlijnen A'A = ak" en B'B = èB", en vereenigt A met B- AB is dan de begeerde lengte. Het punt, waai e ïjn het horizontale vlak snijdt, verandert bij het vermelde neer^i „iet van plaats; dit snijpunt is dus geen ander dan het punt S waar de projectie A'B' door de neergeslagene lijn AB gesneden wordt. Trekt men >t het punt S", waar de verticale projectie A"B" de as snijdt, eene loodlijn op de as, dan za, vo ge

verklaring, hel puat S' i. die loedl.J» m»ete„

Sluiten