Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liggen; bierdoor heeft men eene proef op de nauwkeurige uitvoering van de constructie. 6

Trekken wij in Fig. 36 A"C evenwijdig aan de as en A'D evenwijdig aan AB, dan is niet alleen A'D == AB, maar ook B'D = B"C

2 at» en7B"beiHe T Sr. * bl3kbMr ^ som

van aA en éB . Hieruit volgt ook nu eene tweede oplossing van

het werkstuk, die geheel overeenkomt met de in Fig. 33 verklaarde; aleen is het verschil ,n hoogte, dat men uit B' op de loodlijn moet uitzetten, hier de som van de lijnen aA" en éB"

Nemen wij ook in Fig. 36 ab'= A'B', stellen wij é'E = bB" loodrecht op de as , en trekken wij A"E, dan zal ook A"E de werkelijke engte van (A L , A"B") zijn. Immers, men zal de figuur AA'B'B — wegens de gelijkheid der lijnen A'B' en ab', A'A en aA", B'B en é E en wegens den rechthoekigen stand van de laatstgenoemde

fiiuur ee;fger,0eTd? ~ Z0° kunnen ^plaatsen, dat zij de

L volkomen hedekt, zoodat A"E = AB is; ook hier heeft men derhalve eene derde oplossing. Hier kan men zich verbeelden,

dat d dnehoeken A g,A en ,n pkats yan op ^ hor.zontai,

vlak te zijn neergeslagen, om de projecteerende lijn (A', aA") zijn gedraaid, totdat hun vlak evenwijdig aan het verticale was, en dat

en Sn - °P Ie.rhCaie Vkk 8cProjecteerd zijn, waarbij dan A"«s en «eE die projectien zijn. De beweging, die de punten S' en B' J dit draaien en projecteeren ondergaan, is in de figuur aanee-

rp6Zde as°0r UU beSChreV6n cirkelb°g«' en door een paar loodlijnen

Hoewel wij de oplossing van dit werkstuk reeds vrij uitvoerig . aard hebben, meenen wij dat het niet ondienstig is nog op

i?6?' ,men t0t het ultvoeren van de constrnctiën hetzelfde gebrmk kan maken van het verticale vlak, als wij boven van het

aaTT,; iLJr over""' hebben' °ie UitV°ering CChter late"

lij! U *"* *"'>"">""<<< »'««■» - ««e,,,c„ne

.JïS AB fg; ,35) de gegevene HJ'U zlJn' dan heeft haar horizontaalprojecteerend vlak vooreerst A'B' tot horizontalen doorgang (zie 3 13)

terwijl, omdat dit vlak loodrecht is op het horizontale, zijn verticale

dus^B'T' m i °P de 'r Za' Staa" (zie § U)' Verlengen wij dus BA tot aan de as in C, dan is C volgens § 31 een punt van

den verticalen doorgang, zoodat eene loodlijn CC,, uit C op de as

ge rokken, de verticale doorgang zelf moet wezen. (C,CC,) is der-

Sluiten