Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OEFENINGEN.

38. Een vlak te brengen door twee elkander snijdende lijnen.

a. indien een der lijnen evenwijdig is aan de as van projectie; j „ » » » het horizontale vlak;

c. » » » » » » » » » » en de andere evenwijdig aan het verticale vlak;

d. indien de beide lijnen elkander in de as snijden.

NB. Dit laatste werkstuk uit te voeren zoowel met als zonder behulp van een derde projectievlak.

39. Door een gegeven punt een vlak te brengen dat evenwijdig is aan twee gegeven elkander kruisende lijnen.

a. wanneer een der lijnen loodrecht staat op het verticale vlak, jj „ » k » de as loodrecht kruist en de andere

evenwijdig is aan het verticale vlak.

40. Een vlak door een punt en eene lijn te brengen, indien het gegeven punt in de as ligt en de beide projectiën van de gegevene

lijn samenvallen. ,

41. Van een vlak zijn gegeven de horizontale doorgang, die echter de as van projectie niet binnen de grenzen der teekening snijdt, en de projectiën van een punt van het vlak. Construeer den verticalen doorgang.

42. Van een vlak zijn gegeven de derde doorgang en de projectien van een punt van het vlak. Bepaal de doorgangen met de beide

andere projectievlakken.

43. Door eene gegevene lijn, die de as van projectie loodrecht kruist, een vlak te brengen dat evenwijdig is aan eene andere gegevene lijn, wier projectiën samenvallen.

44. Door toepassing van § 11 de projectiën en de lengte te bepalen van de loodlijn, die men uit een willekeurig gegeven punt kan neerlaten op eene lijn wier projectiën samenvallen.

Sluiten