Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punten van het bovenvlak eener, op het horizontale vlak staande,

afgeknotte driezijdige pyramide.

De op het horizontale vlak steunende ribbe van het prisma staat niet loodrecht op de as van projectie.

110. Van eene vierzijdige pyramide TABCD is het grondvlak een rechthoekig trapezium, waarvan de evenwijdige zijden AB = 3 en CL) — 4 CM. en de rechthoekszijde BC=2 cM. gegeven zijn. De projectie van den top T op het grondvlak valt in het snijpunt der diagonalen. De hoogte van de pyramide is 6 cM.

Bepaal de projectiën van die pyramide, als zij met het zijvlak TAB op het horizontale vlak ligt.

111. Op het oppervlak van een gegeven scheef driezijdig prisma, dat met zijn grondvlak op het horizontale vlak rust, eene gebrokene lijn te construeeren, die van een der hoekpunten van het grondvlak uitgaande gelijke hoeken maakt met de opstaande ribben

112. Bepaal de nieuwe projectiën van een scheef afgeknot vierzijdig prisma, staande met het grondvlak op het horizontale vlak, indien een willekeurig hellend vlak tot nieuw horizontaal projectievlak wordt aangenomen en een vlak loodrecht daarop tot nieuw verticaal vlak.

113. Een scheef vijfzijdig prisma, waarvan geen der ribben van het grondvlak loodrecht op de as van projectie staat, rust met dit grondvlak op het horizontale vlak.

Het wordt op ongeveer \ der hoogte, van onder af gerekend, gesneden door een vlak evenwijdig aan het horizontale vlak, waarna het bovenste afgesneden deel om eene der zijden van de doorsnede gewenteld wordt, totdat het tegen het horizontale vlak steunt. Men vraagt de projectiën van dit deel na de wenteling.

114. De projectiën te bepalen van een afgeknot parallelopipedum dat met zijn grondvlak op het horizontale vlak staat, indien de rechte doorsnede een rechthoek met gegeven zijden is, de opstaande ribben gegeven hoeken maken met de beide projectievlakken, en de lengten van drie dezer ribben gegeven zijn.

115. Gegeven eene lijn a loodrecht op het horizontale vlak, eene lijn b evenwijdig aan de as van projectie en eene lijn c welke die as in een punt P snijdt onder een hoek van 45° en gelegen is in het vlak dat den eersten ruimteboek middendoordeelt. Teeken de projectiën van het parallelopipedum, waarvan drie ribben langs de lijnen a, b en c vallen. (Ex. M. 0. K. I)

116. Bepaal de doorsnede van een recht prisma, dat met zijn (of eene willekeurige pyramide, die met haar) grondvlak op het horizontale

Sluiten