Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dezen hoek. Spreekt men over een vlak dat onder 2 op 3 helt, zoo bedoelt men daarmede dat de tangens van den hoek, dien het vlak met het maaiveld maakt, gelijk aan f is.

Op PI. A is in Fig. 1 de horizontale projectie of plattegrond van eene borstwering geteekend, terwijl de doorsnede over AB, het profiel, in Fig. 2 is aangegeven. De breuk |, bij de schuine zijde CD geplaatst, beteekent nu dat de tangens van hoek DCD' gelijk aan f is. Is derhalve DD'= 1 M., zoo is CD' = fX* = = 1,50 M.; DD' heet de hoogte, CD' de aanleg van de helling CD.

Aan het profiel kan men in de teekening eene willekeurige plaats geven, zooals op PI. A is geschied. Waar de ruimte het toelaat is het echter aan te bevelen het profiel zoodanig in den plattegrond te plaatsen dat de loodlijnen, uit de hoekpunten op de grondlijn van het profiel neergelaten, samenvallen met de horizontale projectiën der ribben van het prisma. In Fig. 1 is zulks aan de onderzijde der teekening uitgevoerd. Somtijds wordt het profiel geheel weggelaten, maar dan moeten in den plattegrond de hoogtecijfers bij de ribben worden geplaatst en tevens de horizontale afstanden dezer ribben en de hellingen der taluds worden aangewezen. Een en ander is ook in Fig. 1 geschied. Uit deze verschillende cijfers is het profiel dan desgewenscht te teekenen.

Eindelijk merken wij nog op dat men in de practijk gewoon is alle doorsneden door arceeringen te onderscheiden van de overige deelen der teekening. Bij grondwerken, zooals die in de Versterkingskunst voorkomen, wordt die arceering meestal slechts aangebracht langs den buitensten rand van het profiel en langs de doorsnede met het maaiveld. De doorsnede over maaiveld en ingraving wordt in den regel door eene andere arceering aangeduid dan die waardoor de ophooging is aangegeven. In het profiel worden ook geteekend, doch niet gearceerd, de verticale projectiën (slandgezichl) van alle deelen van het werk die men van uit de plaats, alwaar de doorsnede is genomen, zien kan. Zoo 1». v. is op PI. G Fig. 2 in de doorsnede over AB een standgezicht aangegeven van barbet en oprit, omdat men deze van uit AB zien kan.

Verder zij nog vermeld dat het gebruikelijk is in de teekening de vuurlijnen aan te geven door dikke lijnen en de doorsneden van sommige flauw hellende vlakken weg te laten, wanneer deze gelijke helling hebben. Zoo b. v. teekent men niet de doorsneden van plongées, grachtsbodems, enz.

§ 2. Eene der eenvoudigste constructiën in de Versterkingskunst is het bepalen van de doorsnede van eene borstwering met een plat

Sluiten