Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XXXIII. Overdracht, vervreemding en bezwaring.

diens vertegenwoordiger en is de technische Chef van het mijnwerk onwillig om ze ten uitvoer te leggen dan. zal in den regel wel last worden gegeven de ontginning geheel of ten deele te staken, daar de mijninspectie slechts zelden zal beschikken over het noodige geoefende werkvolk. Indien daartoe aanleiding bestaat kan tot het doorzetten dier staking of tot de uitvoering der hooger bedoelde maatregelen de hulp van het Binnenlandsch Bestuur (en dus ook der politie) worden ingeroepen L362 (3)].

1. Het recht van concessie kan, mits in zijn geheel, worden overgedragen, behoudens de goedkeuring van den G. G (IM. 28 (8)].

Het recht op concessie heeft een persoonlijk karakter en is dus ondeelbaar [Toel. MO. blz. 170 onderaan]. De goedkeuring van den G. G. is onmisbaar met het oog op de vereischten van het Nederlanderschap, waaraan de verkrijger moet voldoen.

2. Het verzoek om goedkeuring der overdracht moet worden gericht aan de G. G. en ingediend aan den Chef van « het Mijnwezen.

Overigens moet zulk een verzoek aan geheel dezelfde eischen voldoen als in § XV. 3 en 4 voor overdrachten* van vergunningen zijn voorgeschreven, met uitzondering van het in 4c van die § bepaalde Daarvoor treedt hier in de plaats dat moet worden overgelegd het door den houder van het recht op concessie terugontvangen duplicaat van zijn concessie- aanvraag (§ XXV. 9) Een en ander is voorgeschreven bij MO. 174 (1) — (9)

3. Het verzoek om goedkeuring der overdracht wordt geweigerd bij een gemotiveerd besluit dat in de Jav. Ct. wordt bekend gemaakt [175 (6)]:

a. indien de verkrijger niet voldoet aan de vereischten omtrent het Nederlanderschap [IM. 28 (8), zie ook MO. 28, 29] f*

b. indien het verzoek door of namens meer dan één verkrijger^ is gedaan [174 (9), 173 (1)];

c. indien de verkrijger minderjarig is, onder curateele staat of overigens valt onder de categorien in 173 (2) genoemd [174 (10)];

Sluiten